Ik ben Blobby met mijn vriendjes, deel 3

Ik heb je vast laten schrikken. Dat is niet de bedoeling.

Ga je mee een eindje zwemmen? Kruip maar op mijn rug.”

Dat lijkt Blobby wel wat. Hij klimt op de grote rug van Wally en zuigt zich vast.

Zo glijden ze samen door het water

tussen duizenden kwalletjes en garnaaltjes door,  over het rif,

langs een onderwaterberg,    naar de diepzee.

We gaan Berry zoeken bromt de zware stem van Wally.

Hou je maar goed vast en zeg het maar als het te koud wordt.

 

Blobby weet niet wat hij ziet.

Zijn kraaloogjes rollen bijna van verbazing uit zijn kop.

Overal zijn er lichtjes van vreemde vissen en andere dieren.

Hij vindt het prachtig.

 

Daar is Berry bromt Wally.

Vlakbij gaat ineens een lichtje aan, en zien ze de doorzichtige kop van Berry.

Wat een raar beest is dat zegt Blobby tegen Wally.

Die lacht. Nee hoor, Berry is niet raar. Hij is juist heel tof! We zijn dikke vrienden.

 

Blobby gaat op stap met Wally de walvishaai en ontmoet Berry de spookvis.

Nou ja, hij heeft toch wel een grappige kop, met die leuke oogjes, denkt Blobby.

Weet je bromt Wally, dat hij grote, gele ogen heeft die kunnen draaien?

Zo ziet hij altijd alles wat er gebeurt. Dat is nog eens handig.

Oei, denkt Blobby, die zwarte plekjes aan de voorkant zijn dus geen ogen, maar neusgaten!

 

 

Tekst                    Jan Stel, voorzitter Sea First Foundation.

Illustratie            Ada Stel. Website: www.adastel.nl/