Blobby en zijn vriendjes, deel 4

Hallo, zei Berry, die ineens ook een verlichte staart heeft.

Eh.., eh.., hallo, zegt Blobby. Hé, Berry, bromt Wally. Alles goed met je?

Ja hoor zegt Berry, die voor de grap zijn staartlicht uit doet.

Blobby, de blobvis, is mijn nieuwe vriendje. Hij zit op mijn rug.

 

Waar gaan jullie heen? vraagt Berry, terwijl hij zich omdraait.

Blobby vindt hem, met die verlichte kop en staart, toch maar een rare vis.

Je kunt zijn lichaam in het donker, maar nauwelijks zien.

We gaan naar het visveldje en dan breng ik Blobby weer naar huis, bromt Wally.

 

Blobby bezoekt het visveldje met zijn vrienden.

Samen gaan ze op weg naar het visveldje.

Het ligt aan de andere kant van de heuvel waar Blobby woont.

Wat is hier gebeurd, denkt Blobby, terwijl hij de omgeploegde bodem ziet.

Alles is stuk en er leeft niets meer, zelfs geen garnaal!!!

 

Dat doen mensen met grote boten, bromt Wally.

Ik heb die gezien toen ik eens boven in de zee was.

Met heel veel lawaai en een heel groot net, vangen ze alles

wat er op de bodem leeft. Zo maken ze alles kapot.

 

Dat alles kapot is, dat heeft Blobby zelf ook wel gezien.

Waarom doen ze dat? vragen Blobby en Berry zich verbaasd af.

Ze eten de vissen, krabben en kreeften op. De rest gooien ze weg,

weet Wally te vertellen. Dat heeft hij ook gezien.

 

 

Tekst                                   Jan Stel, voorzitter Sea First Foundation.

Illustratie            Ada Stel. Website: www.adastel.nl/