ik ben een recordhouder van de zee

Hoi ik ben Rob de blobvis en ik wil een quiz met je doen. Over recordhouders van de zee.

Want ik, de blobvis, heb de eer om het lelijkste dier ter wereld te worden gevonden, maar zelf denk ik dat ik best schattig ben. De addervis of hengelaarvis, die is toch veel lelijker dan ik?

Heel wat zeedieren zijn recordhouders. Lees maar verder.

 

Weet jij wat het grootste dier op deze planeet is?

De blauwe vinvis. Ze kunnen wel 30 meter lang worden en 170.000 tot 200.000 kilo zwaar. Dat is ongeveer 25 olifanten. Gelukkig eet deze walvis vooral plankton. Zijn slokdarm is ook niet groot genoeg om je in te slikken hoor. Maar het is het grootste dier ooit. Die moet dus blijven leven.

Het echt grootste organisme van zee is een plant: namelijk een heel zeegrasveld van 4500 jaar oud dat uit maar 1 plant zou bestaan.

 

Wat is de grootste vis?

De blauwe vinvis is een walvis en dus een zoogdier. De grootste vis ter wereld is de walvishaai. Dit is officieel een vis, geen walvis en ook geen haai.

En weet jij wie het hardste kan zingen?

Ook de blauwe vinvis. Tot wel 180 decibel. Dat is luider dan vuurwerk of een vliegtuigmotor. Onder water kun je het kilometers verderop horen. Met het zingen lokt de mannetjes blauwe vinvis vrouwtjes aan. Maar, die moet geen hoofdpijn hebben lijkt me.

 

Maar het luidruchtigste beestje onder water is een pistoolgarnaal. Doe maar niet je handen omhoog, doe je handen maar voor je oren. Want de pistoolgarnaal kan een knal maken van 200 decibel. Ter vergelijking: een straaljager haalt maar 130 decibel.

Wat is het giftigste zeedier?

De kegelslak. Het gif van deze zeeslak kan wel 700 mensen doden zeggen ze. De zeewesp of kubuskwal is ook geen grapje. Niet de kwal die je wel eens op het strand in Nederland ziet, maar een Australische soort. Geen pretje als deze steken. Dat doet serieus zeer. Gelukkig bestaat er voor veel gif een tegengif voor mensen die de pech hebben er mee in aanraking te komen. Bovendien steken veel dieren alleen als ze in gevaar zijn en je ze lastigvalt of er per ongeluk op gaat staan. In de Noordzee hebben we ook een giftige vis, de pieterman.

 

En het snelste zeedier?

Dat is de zwarte marlijn. Er is aan de hand van het afrollen van een vislijn waar deze marlijn aan vast zat, een snelheid gemeten van maar liefst 129 km/u. Dat is sneller dan een jachtluipaard.

Naast de marlijn is ook de zeilvis geen slome met een snelheid van 109 km/u.

Welk zeezoogdier wordt het oudst?

Ze denken dat het de Groenlandse walvis is, die het daarmee ook van alle landdieren wint. Men schat dat die wel 200 jaar oud kan worden. Hun geheim? Ze wonen rond de Noordpool en zijn langzame zwemmers, geen stresskippen dus. They take it easy met een snelheid van 3 km/u per uur. Dat halen de meeste rollators makkelijk. Misschien een tip voor de zwarte marlijn om het toch wat rustiger aan te doen als die ook zo oud wil worden. Nadeel is dat de Groenlandse walvis hierdoor ook makkelijk te vangen is. Er is daarom ook veel te veel op gejaagd en het smeltende ijs bedreigt deze ouwe baas ook.

 

Welk zeedier wordt het oudst?

Geloof me, Spongebob is een zeedier en kan meer dan 1000 jaar oud worden. En lees hier welk zeedier het eeuwige leven lijkt te hebben: https://dierpedia.nl/bijzonder/dit-zijn-de-oudste-dieren-ter-wereld/

 

Welk zeedier kan het diepst duiken?

Het diepst duikende zeezoogdier is de spitssnuitdolfijn van Cuvier. Ze kunnen tot 3000 meter diep duiken. En dat terwijl ze net als mensen, boven water moeten ademhalen. Jij zou vast heel rood aanlopen na een duik tot zo diep. En als zoogdier kan deze dolfijn ook nog het langst onder water blijven.

 

Langste zeereis

Een vrouwelijke lederschildpad, wiens reis werd waargenomen door onderzoekers reisde op zoek naar voedselrijke plaatsen 20.500 km van haar broedplaats voor de kust van Indonesië naar de kust van Amerika. Een walvishaai zwom iets meer dan 20.000 kilometer van de oceaan bij Midden-Amerika naar de zee bij Micronesië.

Dit zijn recordhouders, maar eerlijk gezegd is elk dier en elke vis of plant in zee uniek, mooi en heeft bijzondere eigenschappen. Heb jij een lievelingsdier van de zee? Laat het ons weten en schrijf er iets over. Wie weet kom jij dan een keer met jouw lievelingsdier in het Dier van de maand. En ik heb een tip: de blobvis is erg leuk…

 

 

Ik ben een salmo salar

Ik heet Salmo salar (klinkt een beetje als de naam van een rap artiest)

Ik ben een salmo salar, een Atlantische wilde zalm. De zalm die de mensen eten, is tegenwoordig meestal zalm die in gevangenschap wordt gekweekt. Maar ik vertel je over mij als vrije zalm.

Mijn kindertijd in de rivier

Mijn leven begint als eitje in de beken en rivieren van Noord Europa en Noord Amerika. Maar ik word groot en sterk op de Noord Atlantische Oceaan en de noordelijke zeeën waar veel voedsel zit.

In de wintermaanden graaft mijn moeder geulen in de kiezelbodems van de stromende beken en rivieren ver landinwaarts. Daarin legt ze mij met mijn broertjes en zusjes als duizenden eitjes. Mijn vader jaagt intussen indringers weg. Daarna bevrucht hij de eitjes en mama graaft daarna de geulen dicht. Zo zijn we beschermd.

In het voorjaar kom ik als klein visje uit het ei met een dooierzak aan mijn lijfje. Dit is eigenlijk een soort rugzakje met eten. Onder het grind eet ik hiervan. Na 4-5 weken is mijn eten op en kruip ik tussen de kiezelsteentjes omhoog en moet ik gelijk zwemmen. Ik ga plankton en kleine kreeftjes, kevertjes, slakjes, wormpjes en zo eten.

Ik ga uit huis

Een paar jaar later ben ik groter en krijg ik het rond de maand mei te pakken, samen met duizenden andere zalmen. We trekken dan vanuit de beken en rivieren met de stroom mee op een spannende reis richting de oceaan. Van rivierwater naar zout zeewater kan ik, omdat ik het zout kan filteren uit het oceaanwater. Onderweg kom ik veel gevaren tegen: roofvogels, zeehonden, dolfijnen, orka’s, vissers, dammen, sluizen, waterkrachtcentrales, stuwen en stroomversnellingen. Ook via de Nederlandse Rijn en Maas zwem ik vanuit Duitsland naar zee.

Mijn leven in zee

Op zee ga ik naar mijn voedselgronden om mij groot en sterk te eten met veel vis en kreeftachtigen. Ik word meer dan 10 x zo zwaar. Ik kan dan 18 kilo worden of soms nog wel veel zwaarder. Op zee breng ik het grootste deel van mijn leven door.

Terug naar huis en kinderen krijgen

Als ik dan na ongeveer 5 jaar groot ben en voldoende vet heb, ga ik weer terug naar de plek waar ik ter wereld kwam boven in de rivier, om daar hetzelfde als mijn ouders te doen: een partner vinden en babyzalmpjes op de wereld zetten.

Dit noemen ze ‘homing’ van het engelse woord ‘home’ voor thuis.

Na de voortplanting zit mijn mooie leven erop en sterf ik. Maar een klein aantal zalmen keert terug naar zee.

Gevaarlijke reis

Het is een uitputtingsslag: tijdens mijn reis in de rivier eet ik niet meer, maar gebruik ik mijn vet dat ik op zee heb gekregen. Voordat ik mijn geboortegrond bereik, kom ik weer dezelfde gevaren tegen: ik moet tegen watervallen opspringen, dammen en stuwen en stroomversnellingen en smalle doorgangen voorbijkomen en niet in handen vallen van roofdieren zoals beren en roofvogels. En ik moet me weer aanpassen aan rivierwater in plaats van zout oceaanwater. Ik ben beroemd om mijn geweldige zwemvaardigheid en springcapaciteiten, tot wel 1,5 meter boven water.

Zonder navigatie app op mijn bestemming

Ik weet precies de plek waar ik geboren ben tot op centimeters terug te vinden na een reis van honderden kilometers door de oceaan en de rivieren, tegen de stroom in. Wetenschappers weten nog steeds niet helemaal hoe ik dit voor elkaar krijg. Ik heb geen google maps navigatie. Men denkt aan de sterren, zeestromingen, ijzerdeeltjes in mijn hersenen en eenmaal in de rivier aan geur of de chemie van het water ter plekke.

Bijna uitgestorven

In de tijd van jouw opa en oma werd er te veel op mij gevist en kwam ik steeds meer door de mens gemaakte obstakels op de rivier tegen en werd mijn huis onbereikbaar en het water vervuild. Zo erg dat er steeds minder zalm terugkeerde naar ‘huis’. Ik stierf op veel plekken uit.

Nu proberen de mensen de rivieren weer toegankelijker te maken met vispassages, het openzetten van de Deltawerken in Zeeland, schoner rivierwater, meer kiezelbodems en het uitzetten van jonge zalmpjes en keer ik met moeite een beetje terug. Andere landen in Europa halen zelfs de dammen weer weg. Zie Dam Removal Europe. Onze voordeur is al op een kier gezet bij de Haringvlietsluizen. En niet alleen voor mij, maar ook voor vissen als de steur, de paling, de haring en nog wel tien andere soorten. Wil je weten wanneer wij reizen? Zoek maar eens op internet naar de vismigratiekalender. En wil je meer weten over mijn welzijn? Vraag dan aan de juf of meester of ze het lespakket over dierenwelzijn van Sea First willen aanschaffen op school.

 

Tekst: Anja Dijkstra, Sea First vrijwilliger.

 

Bronnen:

JW.org

RAVON.nl

reizenlangsrivieren.nl

blijevis.nl

bnnvara.nl

wnf.nl

Ik ben een octopus

Beter dan een kameleon

Drie maal raden wie de grootmeester in vermomming is. Een kameleon zal je zeggen. Oké, die is ook goed. Maar ik als octopus kan mijn huid veranderen van glad naar bobbels of pukkels of ribbels en weer terug sneller dan dat jij een jas aan kan trekken. Ik kan ook nog razendsnel van kleur veranderen als ik op wil gaan in mijn omgeving. Verstop ik mij in een zandbodem dan krijg ik een zandkorrelige huid en verkleur ik in een zandbruine kleur. Op het koraal vermom ik me als donkerbruine koraalpoliepen.

Zoiets als wanneer jij op straat fietst, groen en rood kleurt als je voorbij de boom in de tuin van je buren fietst waar een rode auto voor geparkeerd staat, blauw en geel kleurt als je 50 meter verderop bij de slagboom de trein voorbij ziet razen over het spoor en grijs als je over de stoep fietst. Dit doe ik veel sneller dan dat een kameleon van kleur kan verschieten.

Kijk maar eens op youtube.

 

Mode-ontwerper

Eigenlijk maak ik betere mode-ontwerpen dan Dior of Chanel. Ik draag ze met flair want met mijn lange tentakels beweeg ik als een mannequin. Ik vermom mij omdat ik geen schild of schelp heb om me in te verbergen en om onopvallend mijn prooi te pakken. Maar ik zou een goed figuur slaan op de catwalk. Als ik stil slaap ben ik roerloos en wit van kleur. In mijn actieve slaap verander ik constant van kleur en ook van huidoppervlak. Misschien omdat ik dan droom. Zoiets als praten in je slaap?

 

Toneelspeler

Behalve camouflage zijn sommige van mijn familieleden ook goed in imiteren. Zo imiteren ze een giftig zeedier om roofdieren af te schrikken of een verliefde krab om een krab te lokken en op te eten.

Zelf denkende armen

Mijn acht tentakels denken ook nog eens ieder voor zich. Want waar jij je hersenen vooral in je hoofd hebt zitten, zitten ze bij mij ook in mijn tentakels. Een tentakel kan dus zelfstandig een lekker hapje ontdekken terwijl ik met mijn hoofd ergens anders bezig ben. Ik ben net zo intelligent als een hond en kan een puzzel oplossen. Oke, geen sudoku, maar daag me maar uit.

Hans Kloktopus

Alsof dit niet al te gek is, ik heb ook nog eens drie harten, geen longen en doordat ik geen botten heb, kan ik als een echte Hans Klok mij in allerlei bochten en kieren wringen en buigen en ontsnappen uit de kleinste ruimtes door de smalste gaten. In gevangenschap weten we dan ook makkelijk te ontsnappen als je daar niet aan gedacht heb. Maar ik voel me natuurlijk veel gelukkiger als ik in vrijheid leef.

Tekst Anja Dijkstra, Sea First vrijwilliger

 

Bron:

Animalstoday.nl

Scientias.nl

NOS Jeugdjournaal

Youtube

Volkskrant

Ik ben een roeipootkreeft

Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd

Dat zeggen onze ouders en opa’s en oma’s wel eens. En dat slaat heel goed op mij. Ik ben een roeipootkreeftje. Niet te zien met het blote oog (met of zonder bril), wel met een vergrootglas.

Ik heb één oog, geen hart en zes poten. Met vier daarvan roei ik met Olympische snelheid door het water. Op zoek naar mijn prooi of op de vlucht voor datgene wat mij als prooi ziet. Ik roei 12 keer mijn lengte per seconde. En alle oceanen zijn mijn thuis.

Ik behoor tot het plankton. Maar daarvan bestaan er vele soorten in zee.

Er bestaat dierlijk plankton, dat heet zoöplankton of planktondiertjes. Daar hoor ik bij.

Daarnaast bestaat er ook nog mycoplankton, dat zijn schimmels. En dan heb je plantaardig plankton, dat heet fytoplankton of planktonplantjes.

Dat fytoplankton maakt meer dan de helft van alle geproduceerde zuurstof in de wereld. Door fotosynthese. Heb je dat al geleerd bij biologie? Fotosynthese is dat planten met koolstof, zonlicht en water zichzelf voeden en groeien en daarbij zuurstof maken. Dat kunnen jullie weer inademen.

Maar ikzelf ben dus zoöplankton. Ik éét fytoplankton. Sorry, het maakt jouw zuurstof. Maar van dat fytoplankton is er na mijn lunch nog wel meer dan genoeg over voor jouw zuurstof.

Fytoplankton, de planktonplantjes, zijn heel belangrijk voor jouw zuurstof maar staan ook op de menukaart van heel veel planktondiertjes.

Veel vissen in de oceaan eten vooral…mij. Dat maakt mij belangrijker dan je denkt. Ik ben het hoofdmaal van babyvisjes, zeevogels maar ook van veel grote walvissen, sponzen, haring, kwallen, zeesterren, zeepaardjes, wormen, inktvissen, mosselen, kreeften en krabben. Voor de blauwe vinvis, het grootste dier op de wereld, ben ik ook een welkome hap.

Ik speel dus een belangrijke hoofdrol in de voedselketen. Er zijn meer dan 13.000 soorten roeipootkreeftjes, waarvan er ongeveer 10.000 in zout water leven. Maar liefst 3 op de 4 planktondiertjes in het noorden van de Atlantische oceaan zijn roeipootkreeften. Een deel ervan leeft in of op andere dieren, maar een ander deel leeft vrij in het water. Dat is dus een uitgebreide menukaart.

 

Even terug naar het fytoplankton en de voedselketen:

Het fytoplankton, de planktonplantjes, staan aan het begin van de voedselketen waar ik in zit. Het wordt ook wel het gras van de zee genoemd. Ik vergelijk mij niet met een koe, maar ik graas dit ‘gras’ wel. Ik kan ruim 300.000 fytoplanktonplantjes per dag eten en moet daarvoor elke dag ongeveer een miljoen keer mijn lichaamsvolume aan water filteren om mijn honger te stillen.

Op mijn beurt word ik gegeten door kleinere vissen. Kleine vissen worden gegeten door de grotere roofvissen. En die roofvissen worden dan weer gegeten door bijvoorbeeld zeehonden, dolfijnen en mensen. Deze staan bovenaan de voedselketen.

Het begint dus met fytoplankton omdat dit plantjes zijn, die als enige in staat zijn van alle wezens op aarde, om met zonlicht voedsel en dus energie te maken. Die energie wordt steeds doorgegeven in de voedselketen tot en met de zeehond. Maar het voedsel zoeken, zwemmen, voortplanten en nog meer, kost ook energie. Maar 1/10 van de doorgegeven energie gaat naar de groei van elk dier in de keten. Er is dus heel veel plankton nodig om vis en dieren te laten groeien. Zoiets als miljoenen planktonplantjes zijn nodig voor tienduizenden roeipootkreeftjes, die weer nodig zijn voor honderden vissen, voor tientallen grotere vissen en voor één zeehond.

In gewicht stelt een planktonplantje niet veel voor, maar alle planktonplantjes samen vormen wel de grootste plantaardige massa op aarde. Alleen zij, naast de landplanten, kunnen energie en voedingsstoffen en bovendien meer dan de helft van alle zuurstof maken. Veel leven in de oceaan, kan dus niet zonder plankton.

Ik ben in mijn eentje ook niet zo’n zwaargewicht, maar wij roeipootkreeften zijn de belangrijkste groep van het dierlijk plankton in zee. De geschatte hoeveelheid roeipootkreeftjes die in alle wereldzeeën bij elkaar leven is  1.000.000.000.000.000.000! Uh, 1 miljard miljard? Sommige wetenschappers zeggen dat we de grootste dierlijke massa op aarde vormen.

Wij zijn de belangrijkste schakel in de keten tussen planktonplantjes en grotere zeedieren, want wij geven de energie en voedingsstoffen van het fytoplankton door aan de rest van de bewoners van de oceaan. Denk dus niet dat omdat wij klein zijn, ook wel niet belangrijk zullen zijn. Wie het kleine niet respecteert…. Zie me maar als een grote kleine vriend.

 

31 juli is de ‘Internationale Roeipootkreeft Dag’, hashtag #InternationalCopepodDay op sociale mediaplatforms, waaronder Facebook, Twitter en Instagram.

 

Tekst Anja Dijkstra, Sea First vrijwilliger

Ik ben een walvishaai

Ik ben een walvishaai en meteen ook de grootste vis, namelijk een kraakbeenvis. Ik ben een grote vriendelijke en trage reus. Daarmee lijk ik niet echt op andere haaien. Ik word zo’n 8 tot 12 meter en soms zelfs wel 16 meter lang en kan heel oud worden, zeg maar gerust 100 jaar of ouder. Omdat ik zo lang en ook heel zwaar ben, hebben ze mij vernoemd naar de walvis. Ik heb een prachtig witte stippen- en strepenpatroon.

Helaas ben ik een bedreigde diersoort. Er zijn wereldwijd maar 1000 geregistreerde walvishaaien. Hoe word ik geregistreerd en herkend? De witte stippen en de strepen op mijn lijf zijn uniek voor mij. Daaraan kun je herkennen met welke walvishaai je te maken hebt. Net zoals bij de vinnen van bruinvissen en dolfijnen. Zo heb ik mijn eigen, unieke witte stippenpatroon.
Er bestaat zelfs een app waarbij je een walvishaai kan fotograferen en door foto-identificatie de identiteit ofwel naam van een walvishaai te weten kan komen. Ben ik Toos of Koos? Kijk bijvoorbeeld maar eens naar de app Whale Shark Network Maldives in de App-store of op Google Play.

Ik jaag niet, zoals andere haaien. Ik ben namelijk dol op plankton. Ik eet dit al zwemmend. Dat doe ik zo: ik zweef langzaam zwemmend door de zee, meestal vlak onder het wateroppervlak, met mijn brede mond open. Dus niet om jou op te slokken, maar om dat plankton uit het water te filteren. Met het plankton blijven ook minigarnaaltjes, inktvissen en kleine visjes hangen in de borstels van mijn kieuwen. Zo gaan er duizenden liters water door mijn kieuwen. En het eten blijft achter.

Ik zwem alleen in warme wateren. Ik kan wel duizenden kilometers afleggen van de ene naar de andere plek. Soms eet ik dan lange tijd niet of voed ik mij met zeewier en algen als alternatief voor het plankton. Soms duik ik naar de diepte in een V-vorm (naar beneden en gelijk weer naar boven) of een U-vorm (dan blijf ik even over de bodem of in de diepte horizontaal doorzwemmen).

Een heel bijzonder ding is dat moeder walvishaai de zaadcellen van vader walvishaai langere tijd opslaat in haar lichaam. Moeder walvishaai broedt de eieren in haar buik uit. Dat heet eierlevendbarend. Net als bij andere haaien.
Van de geboorte van mij en mijn broertjes en zusjes als we uitgebroede jonge walvishaaitjes zijn, is weinig bekend. Er is nog nooit iemand getuige geweest van een bevalling, maar men denkt dat we 1 voor 1 geboren worden in dieper water op open zee als kleine vissen van 1 à 2 linialen lang. Tja, ik weet het niet, ik was te klein om het mij te herinneren.

Wat zijn de bedreigingen waardoor ik kwetsbaar ben in mijn voortbestaan?
Ik word vooral bedreigd door het verstrikt raken in visnetten voor het vangen van andere vis. Er wordt in sommige landen nog op mij gevist voor in de haaievinnensoep (zucht) of voor mijn vlees en natuurlijk is er ook weer dat plastic afval dat ook ik binnenkrijg, ziek van wordt of waar ik in kan stikken. Daarnaast wordt mijn rust op sommige plekken te veel verstoord omdat ik heeeeel populair ben bij snorkelende toeristen. Ze jagen me achterna, raken me aan, voeren me om me te lokken. En dan nog alle boten, die maken lawaai of varen me aan.

Door onderzoek en bescherming hoop ik het in de toekomst beter te gaan doen. Ik hoop dat ik er met jou een fan bij heb. Hoe meer fans, hoe meer mensen het belangrijk zullen vinden mij te beschermen.

Tekst Anja Dijkstra

ik ben een bruinvis

Ik ben een veel voorkomende walvis in de Noordzee. Nee, geen verdwaalde potvis of vinvis die de verkeerde afslag heeft genomen. De Noordzee is mijn thuis.

De Noordzee is te ondiep voor de meeste grote walvissen zoals de potvis en de vinvis om er te wonen. Maar niet voor mij, ik houd juist van ondiep. Ik ben dan ook niet zo groot. Ik ben een van de kleinste walvisachtigen en word tussen de 1,30 en 1,90 meter lang. Vroeger noemden ze mij zeevarken. Nu noemen ze me bruinvis.

Gek eigenlijk, want ik ben geen varken, ik ben niet bruin en ik ben geen vis. Ik ben een walvisachtige, een zoogdier. Net als dolfijnen en walvissen. Enne… ik ben grijs van boven en wit op mijn buik. Dat zorgt voor camouflage in het water. Ik kan 12-15 jaar worden en 60 kilo zwaar.

 

Van mij zijn er zeven soorten. Ik ben een gewone bruinvis en ik heb een grote familie. Zo’n 700.000 in de wereld, daarvan leven er 350.000 in de Noordzee. Je kunt dus wel zeggen dat de Noordzee echt ons thuishonk is. Uniek he?

Ik heb als tandwalvis een gebit zonder kiezen, alleen tanden. Ik kan dus niet kauwen. Ik kan ook niet ruiken. Ik heb geen reukorgaan, zoals jij.

En ik heb geen uitwendige oren. Ik maak gebruik van echolocatie. Met ultrasoon geluid neem ik mijn omgeving waar, vind ik voedsel en praat ik met mijn soortgenoten. Dat geluid is niet hoorbaar voor mensenoren en produceer ik met een orgaan in mijn hoofd, de meloen genoemd. Ja, echt.

Samen met mijn ogen, heb ik alles dus best goed in de smiezen. Ik kan ook goed zwemmen, maar niet supersnel, wel sneller dan de mensen. Ongeveer 22 km/u. Zoiets als wanneer je lekker hard doorfietst. Enne, net als dolfijnen, ben ik heeeeel intelligent.

Maar mag ik even mopperen?

Vissersnetten en een lawaaiige, vervuilde zee maken mij het leven zuur. Door die enorme visnetten om kabeljauw, koolvis of alaskakoolvis te vangen om kibbeling en vissticks van te maken, word ik verrast en kom ik vast te zitten. Dan kan ik niet meer naar boven zwemmen om adem te halen en verdrink ik. Ik heb ook veel last van lawaai. En dat is er de hele tijd. Moet je maar eens bedenken hoe het is als de buurman de hele dag aan het boren is in de muur. Dat dus.

 

 

Welk lawaai hoor ik je denken. Op zee? Nou wat dacht je van:

  • Lawaai van de motoren en schoepen van boten
  • Het geluid van het bouwen van windmolenparken
  • Het laten ontploffen van bommen op zee
  • De sonar van militaire boten
  • Het zoeken naar gas en olie met behulp van luchtkanonnen (harde knallen)

Hierdoor raak ik in de war want ik gebruik geluid om mij te oriënteren, navigeren, communiceren, maar door al dit lawaai kan ik dat veel minder goed. En door de schepen in het ondiepe water kan ik worden aangevaren.

Van plastic afval in het water kan ik ziek worden doordat ik het voor eten aanzie. Of ik raak erin verstrikt.

Ik ben gevoelig voor verontreiniging als toppredator (voornaamste roofdier, samen met de zeehond) van de Noordzee. Via de vis die ik eet, krijg ik ze binnen en hoopt het op in mijn speklaag. Als ik een kalfje krijg, komen deze verontreinigingen vrij uit de speklaag bij het melk geven. Zo worden we zieke dieren.

Ik kom graag een keertje chillen, maar ik heb het een beetje druk

Ik ben zo’n 20 uur per dag onder water op zoek naar voedsel. Ter vergelijking: een leeuw slaapt 20 uur en jaagt hooguit 4 uur. En de mens doet in een half uur boodschappen. Maar doordat ik veel energie verbrand omdat ik niet zoveel vet op mijn lichaam heb om warm te blijven terwijl ik in koud water woon, moet ik blijven eten. Anders ga ik binnen enkele dagen dood. Dan moeten de visnetten wel genoeg vis voor mij achterlaten. Het komt wel eens voor dat ik uitgehongerd aanspoel op het strand, omdat ik daardoor verzwakt ben en gevoelig word voor virussen en bacteriën.

aangespoelde bruinvis

 

Kom anders een keer bij mij langs

Als je mij wilt zien, dan moet je goed opletten. Ik spring niet uit het water, maar kom af en toe met mijn rugvin boven. Als zoogdier moet ik tenslotte af en toe adem halen boven water. Om de paar minuten. Je kunt mij goed zien in de Oosterschelde, in Zeeland. Gewoon vanaf de kant.

Wil je mij ook nog horen, dan kun je in de haven van Zierikzee, bij het havenhoofd, naar studio Bruinvis. Niet voor mijn rapnummers. Nee, hier kun je live horen of er bruinvissen in de buurt zijn. Onder een boei in het water hangt een microfoon. Is er een bruinvis in de buurt dan vangt de microfoon dit op en stuurt het direct naar de studio, waarna een computer de opname omzet naar voor de mensen hoorbaar geluid (klikkende signalen). Want wat de microfoon opvangt, is mijn echolocatie.

moeder met kalf bruinvis (met dank aan Stichting Rugvin)

Het Nationaal Park Oosterschelde heeft op de website ‘Ontdek de Oosterschelde’ een speciale bruinvistracker geplaatst. Hierop wordt aangegeven wat de beste plekken zijn om bruinvissen te zien en kun je je eigen waarneming invoeren.
En kijk eens hier. Zo zwem ik door het water. Misschien tot ziens op onze Noordzee en de Oosterschelde!

 

tekst: Anja Dijkstra

foto’s: Stichting Rugvin heeft ons de foto van moeder en kalf geschonken, zij hebben een hele leuke website die laat zien hoe belangrijk de walvis is in ons ecosysyteem! De Whale Poo Seamulation laat je ervaren wat de rol van walvissen is voor ons allemaal, maar ook wat hun bedreiging zijn en hoe belangrijk bescherming is!

 

 

ik ben een walrus

Als ik zeg Noordpool, aan welk dier denk je dan? Juist, vast en zeker komt de ijsbeer dan het eerst in je op. Kun je nog 4 soorten noemen die op het ijs of in het water van de Noordpool wonen?

 

Heb je al aan de walrus gedacht? Dat ben ik dus, een walrus. Een grote lobbes met bromsnor. Ik woon ook op de Noordpool.

Ik ben te vinden op stranden, rotsen of op het poolijs, maar voor het grootste deel in het koude water. Hoewel mijn omvang en gewicht flink zijn, beweeg ik sierlijk door het water hoor. Dan ben ik onder andere op zoek naar allerlei zeedieren om te eten. Die vind ik met mijn snorharen in de bodem en met mijn slagtanden kan ik vastzittend eten loswrikken.

Die dikke huid en mijn vet heb ik nodig om warm te blijven, mijn slagtanden gebruik ik soms om uit het water te komen, of om mij vast te haken op het ijs en dan uit te rusten. Enne, ik bescherm mijzelf en de kinderen ermee tegen roofdieren. De mannetjes gebruiken de slagtanden en hun gewicht ook bij het vechten om een vrouwtje in de paartijd.

Toch zijn wij walrussen sociaal hoor (behalve die vechtende mannetjes dan). Mama en papa walrus leven in gescheiden kuddes. Als ik met mijn vrienden lig te zonnebaden, lijkt het wel Scheveningen op een warme dag: met honderden of duizenden tegelijk in groepen, dicht op elkaar. Dit is ook lekker veilig bij gevaar.

Door mijn omvang en gewicht (zo zwaar als een auto) en die lange slagtanden heb ik maar twee natuurlijke vijanden: orka’s en ijsberen. Maar die eten liever wat anders dan ik. Snap ik.

Mijn belangrijkste vijand was lange tijd de mens. De mens jaagde tot ongeveer 200 jaar geleden op mijn voorouders voor de huid, het vet en de slagtanden. Daardoor stierven we bijna uit. Nu is die jacht verboden. Behalve voor de inheemse bevolking.

Een bijzonder ding is nog dat als ik zwanger ben, de tijd dat kindje walrus in de buik zit, verlengd kan worden totdat er een goede periode met voldoende voedsel aanbreekt. Wat zijn we toch handig, enne…sierlijk he? Ik blijf zo’n drie jaar bij mijn moeder, die mij, net als jullie mensen, maar wat graag knuffelt.

Het Wereld Natuur Fonds vraagt jou om te helpen bij onderzoek naar waar walrussen leven en met hoeveel. Ze vragen je te helpen bij het opsporen van walrussen. Hoe leuk is dat? Door walrussen te identificeren op satellietfoto’s, zet je je in als walrus detective. Je helpt dan dus echt bij het onderzoek om meer te leren over walrussen en waar ze precies leven op de Noordpool zodat we ze beter kunnen beschermen.

Vanuit je huis, zonder dat je hoeft af te reizen naar de Noordpool.

Het onderzoek naar het leefgebied van de walrus wordt gedaan met satellietfoto’s omdat hiermee de walrussen niet verstoord worden. Maar de Noordpool is groot en daardoor zijn er duizenden satellietfoto’s. Daarom vragen ze jouw hulp om deze foto’s na te kijken op de aanwezigheid van walrussen. Ga naar: Gezocht: walrus-detectives (wwf.nl).

 

tekst Anja Dijkstra

foto’s Dos Winkel

ik ben een koraalklimmer

Hey daar! Ik ben een koraalklimmer, een vissensoort die hoort bij de baarsachtigen. Ik leef tussen het koraal op de bodem van de tropische, ondiepe wateren. Ik vind het heel fijn om urenlang op mijn plek te blijven en te wachten tot er een prooi langs zwemt. Meestal zoek ik dan een mooi, hoog plekje op waar ik goed kan zien wanneer er een visje voorbijkomt. Garnalen en kleine vissen eet ik het liefste. Misschien heb je het al gezien aan mijn naam, maar ik doe aan klimmen in plaats van zwemmen. Ik ben best wel klein, niet groter dan 7 tot 15 centimeter. Maar er zijn ook soorten die wel 60 centimeter worden, zoals bijvoorbeeld de reuzenkoraalklimmer.

Ik heb een grote kop en een langwerpig lichaam. Aan de uiteinden van de vinnen op mijn rug zitten stekeltjes. Het lijkt net alsof ik een hanenkam heb! Ik heb geen zwemblaas, dat betekent dat ik niet door het open water kan zwemmen. Ik kan alleen korte afstanden afleggen van koraal naar koraal. Maar zelfs als ik dat doe moet ik soms even een rustpauze nemen. Mijn grote borstvinnen gebruik ik om mij vast te houden aan stenen of takken. We kunnen allerlei verschillende kleuren hebben. Sommige van mijn soortgenoten zijn rood, anderen oranje of geel. Door mijn mooie kleuren, ben ik een populaire vis in aquariums. Gelukkig zijn wij over het algemeen te klein om als voedsel gevist te worden, dus daar hoeven we niet bang voor te zijn, maar de aquariumhandel is wel een bedreiging voor ons. Als een jager van de aquariumindustrie ons vindt, dan worden we onderwater bespoten met een verdovend middel en zo zijn we gemakkelijk te vangen. Daarom zijn we toch met steeds minder dieren op het koraalrif te vinden.

 

Ik leef in kleine groepen, in een haremstructuur. Dit betekent dat er één mannelijke vis is en meerdere vrouwelijke vissen, of andersom. Wij, koraalklimmers paren vaak in de avondschemering. Het paren gaat op een bijzondere manier. De eieren en zaadcellen worden namelijk in het water losgelaten. De bevruchting vindt dus buiten ons lichaam plaats! Dat betekent dat de vader en moeder onze jongen niet zullen verzorgen als ze geboren worden. Ze moeten het helemaal alleen doen. Er is nog iets aparts aan ons. Veel wetenschappers gaan er namelijk vanuit dat sommigen van ons van geslacht kunnen veranderen. Omdat er geen verschillen tussen de geslachten te zien zijn, denken ze dat we geboren worden als vrouwtjes. De grootste en sterkste dieren kunnen zich in mannetjes veranderen terwijl de anderen vrouwtjes blijven.

 

 

 

Tekst Annika Verdam

Foto´s Dos Winkel

Ik ben de keizerspinguïn

Hallo daar! Ik ben de keizerspinguïn. Misschien ken je me wel van de film Happy Feet! De keizerspinguïn is de grootste pinguïnsoort op onze planeet. Ik kan ongeveer 110 centimeter lang worden. Dat is ongeveer net zo lang als een kindje van 4 jaar. Wij, keizerpinguïns worden ongeveer 20 jaar oud. Maar wist je dat er ook meldingen gedaan zijn over pinguïns die wel 40 jaar werden?

Wat is jouw lievelingseten? Dat van mij is inktvis. Of nee, toch schaaldier, zoals krill. Ik vind vis trouwens ook wel lekker. Oeps, ik kan niet kiezen! Om deze dieren te vangen duik ik soms tot wel 550 meter diep in de zee. Doordat mijn hartslag verlaagt, kan ik een half uur onder water blijven! Door die lagere hartslag verbruik ik namelijk minder zuurstof. Hoewel ik onderwater een snelle zwemmer ben, ben ik op het land een onhandige waggelaar. Ik glij snel weg en val zo nu en dan ook wel eens om.

krill

Mama pinguïn legt in de herfst een ei. Dit doen ze op het ijs, ver van de zee vandaan. Papa broedt het ei in de poolwinter bibberend uit. Het is ongelofelijk koud. Soms wel 60 graden onder nul. Mensen zouden dit soort temperaturen alleen overleven als ze speciale kleren aan hebben en ademen door een soort masker. Maar de pinguïns moeten het doen met hun veren en vetlaag. Deze vetlaag wordt steeds iets minder dik, omdat de pinguïns maandenlang niet kunnen eten. Ze moeten namelijk hun ei beschermen tegen de kou. Het ei ligt op de voeten en onder een warme huidplooi. Om de koude wind te overleven staan de pinguïns dicht bij elkaar en blijven ze we altijd in beweging. Zo zorgen ze we ervoor dat niet steeds dezelfde pinguïns aan de buitenkant staan. Tijdens deze broedperiode is het vrouwtje in de zee. Hier probeert ze een vetlaag aan te leggen door veel te eten. Na twee maanden keert de mama terug en gaat ze zorgen voor het kuikentje. De mannetjes zijn dan erg moe en hebben ongeveer de helft van hun gewicht verloren. Het is dan hun beurt om eten te vangen in de zee. De jongen blijven het hele jaar in het water, totdat ze vier jaar zijn. Dan gaan ze zelf ook broeden in de winter.

Pinguïns staan erom bekend dat we monogaam zijn. Dat betekent dat we ons hele leven bij één partner blijven. Bij ons, keizerspinguïns werkt dat iets anders. Na een jaar gaan de meeste koppels uit elkaar. Vaak paren we dus elk jaar met een andere partner.

Door de klimaatverandering is er minder ijs. Hierdoor kunnen we minder vaak uitrusten als we onze reis naar de broedplaats maken. We zijn gelukkig nog niet een bedreigde diersoort, maar de Internationale Unie voor Natuurbescherming (IUCN) ziet ons wel als “gevoelig”. Dit betekent dat het aantal keizerspinguïns wel minder wordt, maar het valt gelukkig nog mee. Een van de grootste bedreigingen is de Krill-visserij. Krill is een van onze belangrijkste voedselbronnen, net als dat van walvissen.

Tekst Annika Verdam

Foto´s Dos Winkel

Ik ben lederkoraal

Hallo daar, ik ben een lederkoraal.

Ik mag er dan wel uitzien als een plant, maar in werkelijkheid ben ik toch echt een dier, net als al het koraal in de zee! Koralen bestaan uit zeedieren, ook wel poliepen genoemd en leven in groepen bij elkaar. Zo’n groep noemen we een kolonie. Ik kan van vorm veranderen door mijn lichaam te vullen met water, als een spons! Daarnaast kan ik mijn lichaam weer leeg laten lopen en mijn tentakels in- of uittrekken.

Wij, lederkoralen zijn er in allerlei tinten geel. We zijn er trouwens ook in veel maten en vormen, dus het kan soms moeilijk zijn om ons te herkennen. Net als andere zachte koralen, zit ik vastgegroeid aan gesteenten. Maar toch kan ik goed en vrij bewegen. Wist je dat mijn lichaam een soort slijm produceert? Dit gebruik ik om algen die ik niet nodig heb of andere stoffen die mij irriteren, af te stoten. Heel handig!

Net als een octopus of kwal heb ik tentakels. Over het algemeen heb ik per poliep, acht tentakels. Deze gebruik ik om mijn lievelingseten pekelkreeftjes en plankton te verzamelen! Misschien herken je die laatste wel van Spongebob. Plankton zijn hele kleine diertjes en plantjes die zwevend in het water leven. Als ze zich willen verplaatsen zijn ze afhankelijk van de stroming van de zee. Hoewel ik pekelkreeftjes en plankton erg lekker vind, haal ik de meeste voeding ergens anders vandaan. Alle soorten koraal in de zee leven samen met micro-algen. Ze hebben elkaar nodig om te overleven! Deze samenwerking noemen we symbiose. De micro-algen leven in het weefsel van koraal. Zij produceren voedingsstoffen en suikers die ze delen met de koraalcellen. Het koraal krijgt zijn eten dus ook van deze algen. Maar het koraal geeft er ook iets voor terug. Het breekt een zure stof genaamd ammonium af, dit is weer belangrijk voedsel voor de algen! Ook zorgt het koraal voor beschutting.

Ik kom voor in gematigde en tropische zeeën en word gevonden bij ondiepe watervlakten zoals koraalriffen en lagunes maar ook op diepten van dertig meter of dieper. Anders dan andere koraalsoorten blijkt het aantal lederkoralen de afgelopen jaren stabiel te zijn. Dit betekent dat het niet of nauwelijks is veranderd. Veel koraalsoorten sterven uit door de opwarming en vervuiling van de zee, maar dit is gelukkig (nog) niet het geval bij lederkoralen. Daar ben ik heel blij om!

 

Tekst Annika Verdam

Foto´s Dos Winkel