Ik ben een krokodilvis

Vind je niet dat mijn platte kop heel erg op een krokodil lijkt? Ik ben natuurlijk geen krokodil, maar een echte vis. Daarom noemen ze mij een krokodilvis, maar dat had je waarschijnlijk al geraden! Wij zijn familie van de schorpioenvissen (zie november 2019). Ze zeggen dat ik net zoveel geduld heb als een reiger, want ik kan heel lang en stil wachten op mijn prooi. Ik bedek me dan een beetje met zand, of ik verstop me onder een stuk koraal. Door mijn kleuren ben ik goed gecamoufleerd, je ziet me dan bijna niet en zo lijk ik op mijn omgeving. Het liefst eet ik kleine visjes (maximaal 20 cm), of schaaldieren zoals garnalen, krabben en kreeftjes.

Wij krokodilvissen hebben twee rugvinnen en stekels op ons hoofd. En wij kunnen wel 80 cm tot een meter lang worden.

Ik ben veel liever dan de rest van mijn familie Ik zal je nooit pijn doen zoals mijn neef de schorpioenvis! En ik ben al helemaal niet zo gemeen als een echte krokodil!

Ik zie wel eens duikers vlak naast mij, maar toch zien ze mij niet, omdat ik bijna onzichtbaar ben!  Ik woon in de Rode Zee, maar een gedeelte van mijn familie  is door het Suezkanaal gezwommen en woont nu in de Middellandse zee. Wij worden  de “gewone krokodilvis”  genoemd, maar in het Latijn  heet ik  sjieker  namelijk Papilloculiceps longiceps. Probeer dat maar eens uit te spreken ? Moeilijk hè. Andere soorten  krokodilvissen, verre familie dus,  zitten in andere zeeën over de hele wereld.

Ik ben een heremietkreeft

 

Als je een schelp ziet lopen, en je ziet er maar de helft van een kreeftje uitsteken, dan kun je er zeker van zijn dat ik dat ben. Ik ben  namelijk een heremietkreeft en word zonder huisje geboren. Helaas is mijn achterlijfje heel zacht, daarom moet ik een huisje zoeken, waarin ik dat gedeelte van mijn lichaam kan verstoppen voor mijn vijanden! Die vinden mijn zachte achterlijf namelijk erg lekker. Ik kan behalve voor een slakkenhuis, ook kiezen voor een uitgehold stuk koraal.

Foto Bertie Winkel – Landheremietkreeft op Bonaire (Ned. Antillen).

Foto Dos Winkel – Heremietkreeft uit Papoea-Nieuw-Guinea.

Ik heb hele korte achterpootjes, die ik goed in een lege schelp (slakkenhuis) kan klemmen en ik heb daar ook borstelhaartjes, die er voor zorgen, dat ik niet uit de schelp glijd. Als ik groei en groter word, moet ik ervoor zorgen dat ik een groter huisje vind. Dan moet ik snel verhuizen voordat een van mijn vijanden mij opeet. Sommige soorten heremietkreeften, zowel in het water als op het land, komen bij elkaar om nieuwe schelpen te vinden: wanneer een heremietkreeft een nieuwe, grotere schelp vindt, gaan verschillende andere dieren zich daar verzamelen en vormen ze een soort wachtrij van groot naar klein. Wanneer een heremietkreeft aankomt die voldoende groot is voor de lege schelp, kruipt hij er onmiddellijk in en de een na grootste kruipt dan snel in zijn schelp, enzovoort.

Als ik in mijn nieuwe huis zit zie je wel mijn kop met ogen op steeltjes en aan de voorkant heb ik ook twee schaarpoten, waarvan de een iets kleiner is dan de andere (zie foto hieronder), waarmee ik mijn eten goed kan pakken en vasthouden. Ik vind alles lekker van algen tot dode visjes die zich op de zeebodem bevinden, daarom noemen ze mij ook wel eens de vuilnisman van het koraalrif. Zelf moet ik goed oppassen, want niet alleen vinden sommige vissen mij lekker, maar mijn grootste vijand is wel de octopus (inktvis), die met zijn sterke kaken mijn huis kan kraken en dan ben ik er geweest! Maar…ik heb een oplossing gevonden, zodat deze achtarmige rover mij met rust laat. Ik ben heel slim, want ik zoek dan een giftige anemoon en zet deze dan op mijn schelphuisje. Gelukkig is dat gif voor mij niet dodelijk, maar de octopus is er verschrikkelijk bang voor en zal mij dan met rust laten.

Mijn vriend de anemoon is ook blij met mij, want als ik wat eet laat ik stukjes voedsel voor hem over en op zijn beurt beschermt hij mij. Maar je begrijpt wel dat als ik aan een nieuw huisje toe ben dat mijn anemoon ook mee moet verhuizen. Op internet kun je een prachtig filmpje zien over het wisselen van schelp met anemonen. Het filmpje is in het Engels, maar je moet het gewoon maar bekijken: prachtig! http://www.ja.be/entertainment/kinderen-dieren/miraculeuze-beelden-heremietkreeft-schelp-verandert-samen-anemonen-erop.html

Heremietkreeftje van Bonaire (Ned. Antillen)

Ik woon in Bonaire, maar mijn soortgenoten wonen in alle zeeën over de hele wereld, zelfs in de Noordzee en de Oostzee. Sommige van mijn soortgenoten kunnen wel 30 cm lang worden en hebben dan wel een behoorlijk grote schelp nodig.  Er zijn wel 500 soorten heremietkreeften.

Ook heb ik familie die alleen op het land leeft. Zij vinden dan aan het strand aangespoelde slakkenhuisjes om in te wonen, die ze meestal zo uithollen dat ze er precies in passen en ook nog ruimte hebben voor hun eitjes. Als ze groter worden en een ander huisje nodig hebben kunnen zij vaak erg brutaal worden en een ander gewoon uit hun huisje zetten, want dan hoeven ze deze niet meer op maat te maken en dat scheelt hun dan een hoop werk!

Foto Dos Winkel – Heremietkreeft uit Indonesië.

Tekst Bertie Winkel

Ik ben een tuimelaar

Ik ben een tuimelaar en ben heel trots om een echte dolfijn te zijn. Wij zijn net zoals andere walvisachtigen zoogdieren. Wij hebben in tegenstellingen tot vissen, longen en moeten dus af toe aan de oppervlakte komen om adem te halen.

Wisten jullie dat wij intelligente dieren zijn? En dat we enorme sprongen kunnen maken! Veel van jullie hebben mij vast in het dolfinarium gezien? Wij vinden het vreselijk om in kleine ruimtes te zijn, dus in gevangenschap (dolfinarium) te leven en kunstjes te moeten doen voor een dood visje als beloning. We leven heel graag in open zee waar we kunnen jagen, diep kunnen duiken en met onze familie samen zijn. Jullie kunnen ons helpen door niet meer naar een dolfinarium te gaan.

Er zijn al veel dolfinaria gesloten, maar nu moeten Nederland en België ook zo gauw mogelijk sluiten. Wij kunnen dan mooi naar een opvangplaats in zee (dat heet een sanctuary), waar we langzaam weer aan de vrijheid kunnen wennen. We zullen opnieuw moeten leren ons eigen eten te vangen.

Omdat we zo´n leuk gezicht hebben en het lijkt alsof we altijd lachen, denke de mensen dat we altijd blij zijn. Maar zelfs in een dolfinarium verandert ons gezicht niet, ook al zijn we helemaal niet blij, maar erg bedroefd.

In het wild zijn wij bijna in alle wateren van de wereld te vinden, behalve rondom de polen (Noord- en Zuidpool), want daar is het te koud. Wij waren vroeger ook veel te vinden in de Noordzee van Nederland en België, maar sinds ruim 60 jaar worden wij bijna niet meer gezien. Als jullie weer goed zorgen voor jullie zeeën zorgen komen wij waarschijnlijk weer terug!

In 2004 was er een sensationele waarneming toen twee groepen, waarvan een waarschijnlijk bestond uit ruim honderd tuimelaars, werden gespot langs de Noord-Hollandse kust en in het Marsdiep bij Texel. In juli 2019 is er ook weer een groep gespot langs de kust.


Als ik volwassen ben kan ik wel vier meter lang worden en een gewicht van wel vijfhonderd kilo bereiken. Mijn broertje zal waarschijnlijk zelfs nog iets groter worden dan ik. Ik reis samen met mijn familie in een groep, meestal zo’n 15 tuimelaars, en jagen samen op allerlei soorten vissen zoals haring en makreel maar soms ook kleine octopussen en andere weekdieren.

Wisten jullie dat wij vrij slechte ogen hebben? Daarom maken wij gebruik van echolocatie: door middel van hoge tonen die wij uitzenden kunnen we de plaats van onze prooi bepalen. Hoe cool is dat?!

Hopelijk zien wij jullie volgende keer in het wild en misschien in de wateren van de Belgische of Nederlandse kust??

 

wil je nog meer weten over dolfijnen kijk dan nog even hier: https://seafirstkids.nl/info-hoek/dolfijnen/

of kijk dit filmpje: https://www.youtube.com/watch?v=tU9-ymz-MBg&t=4s

 

Tekst Sien Boschma en Dos Winkel

Foto´s in het dolfinarium: Dos Winkel

Ik ben een bidsprinkhaankreeft

Door de een word ik geprezen om mijn prachtige kleuren, door de ander word ik vermeden als een gevaarlijk beest. Ik ben de bidsprinkhaankreeft: de bokser van de oceaan! Ik ben misschien dan wel kleurig en wordt maar 18cm groot, maar schattig ben ik zeker niet! Met mijn knuppelvormige aanhangsels kan ik stoten geven van meer dan 80 kilometer per uur! Dit is de snelste stoot van alle dieren ter wereld, vergelijkbaar met dat van een kogel die uit een pistool wordt geschoten en 50 keer zo snel als dat jij met je ogen kan knipperen. Deze klap gaat zó snel dat er een bubbel ontstaat. Wanneer deze knapt komt er een verschrikkelijk grote hoeveelheid energie vrij als licht en warmte: wel meer dan 4.7 duizend graden Celsius. Dat is bijna net zo heet als de zon! Ik gebruik deze stoten niet alleen om schelpen open te breken zodat ik de inhoud kan oppeuzelen, maar bijvoorbeeld ook om het glas van het aquarium te breken…! Of de lens van je fotocamera of misschien zelfs wel je duikbril.

Ik geeft niet alleen de hardste stoten van alle dieren, ik heb ook nog eens de meest complexe ogen van allemaal. Mijn ogen hebben 16 verschillende kleurreceptoren waarmee ik verschillende kleuren kan zien. Mensen hebben maar drie van deze receptoren en ik kan daarom ook wel 10 keer zoveel kleur zien, waaronder ultraviolet.

Bidsprinkhaankreeften bestaan al ruim 500 miljoen jaar en we komen voor in de Indische en Grote Oceaan. Je kunt ons vinden in kieren en gaten tussen rotsen en koralen, waar we ons het grootste deel van de dag verstoppen. We komen alleen naar buiten om te zoeken naar prooi of om te verhuizen naar een nieuwe plek.

Tekst Sien Boschma – Foto´s Dos Winkel

Ik ben een clownvis

Jullie kennen natuurlijk allemaal Nemo, het anemoon- of clownvisje dat de hoofdrol speelt in de film Finding Nemo. Ik ben zelf een anemoonvisje, maar ik ben niet Nemo. Onze familie bestaat namelijk uit wel 28 verschillende soorten!

op deze foto zie je de “echte” Nemo.

 

Eigenlijk zijn we een kleine, maar heel bijzondere soort baars. Wij zijn rifbaarzen en we leven samen met een zeeanemoon. Dat samenleven heet symbiose. Symbiose kan allerlei soorten samenleven betreffen. Bijvoorbeeld een vlo die op een kat leeft is ook een vorm van symbiose, alleen die vorm noemen we dan parasitisme, omdat de vlo een parasiet van de kat is. Een orchidee die alleen maar in een boom leeft en nergens anders kan leven, leeft ook in symbiose met die boom. Snap je nu wat het woord “symbiose” betekent?

 

We leven vooral in tropische zeeën, zoals de Rode Zee, de Indische en de Stille Oceaan. In het Caraïbisch gebied komen we niet voor.

Onze kleuren variëren en zijn afhankelijk van de soort: oranje, oranjerood, bordeauxrood en zelfs geel of zwart. De meeste soorten hebben witte balken of strepen op hun lichaam. Hierdoor worden ze soms ook wel clownvis genoemd. Onze levensduur varieert van 3 tot 6 jaar en we zijn meestal niet groter dan vijftien cm.

 

De zeeanemonen waarmee we samenleven, zijn erg giftig voor de meeste dieren die in de zee leven. Toch leven alle soorten van onze familie tussen de stekende tentakels van de zeeanemonen. Het voordeel is daarbij duidelijk: hier zijn we beschermd tegen roofvissen. De meeste soorten zitten maar in één soort anemoon. Er zijn echter soorten, zoals de Clarks anemoonvis die op zeker tien verschillende soorten anemonen leeft – je ziet de Clarks anemoonvis op de onderste foto.

Wij leven altijd in een groep. Binnen een groep is er steeds maar één vrouwtje en ze paart alleen met het grootste mannetje uit de groep. Wanneer het vrouwtje doodgaat, ondergaat het grootste mannetje een geslachtsverandering en wordt hij het nieuwe vrouwtje in de groep. Bijzonder hè!

 

Eitjes van de anemoonvis

 

 

Bij ons zijn de vrouwtjes groter dan mannetjes. We kunnen tussen de zes en tien jaar oud worden. We komen voor in de tropische wateren

van Azië en Australië en je vindt ons vooral in ondiep water, maximaal 15 meter diep. We eten vooral plankton en algen. Wanneer het

vrouwtje eitjes heeft, maakt het mannetje een plekje vrij van zand of van een dood stuk koraal, heel dicht bij de anemoon. Het vrouwtje legt 100 à 1000 eitjes per keer, na 6 à 8 dagen komen de eitjes uit. Het larvenstadium duurt 8 à 12 dagen, daarna keren de visjes terug naar de bodem en zoeken een anemoon om te bewonen. Helaas zijn wij erg populair geworden door Finding Nemo, waardoor heel veel stoute mensen ons zijn gaan vangen en aan aquariumwinkels zijn gaan verkopen.

 

 

 

Ik ben een zeekomkommer

Wij zeekomkommers zijn ongewervelde dieren. Dat betekent dat we geen wervelkolom hebben, zoals vissen, zoogdieren, vogels en reptielen. We behoren tot de familie van de stekelhuidigen, net zoals zee-egels, zeesterren en slangsterren. Onze familie is heel groot en bestaat uit vele soorten. Sommige van onze soorten hebben prachtige kleuren. Meestal hebben we een langwerpig lichaam, maar sommige soorten hebben een sliertige of een bolle lichaamsvorm.

Heb ik geen prachtige kleuren?

Wij zijn net als andere stekelhuidigen echte zeedieren en kunn niet in zoetwater of op het land overleven. De meeste van onze soorten leven op de zeebodem, waar we ons kruipend voortbewegen. Ook zijn er enkele soorten die zich kunnen ingraven en sommige soorten zijn zelfs goede zwemmers.

Wist je dat er wel 1.700 verschillende soorten zeekomkommers beschreven zijn, waarvan er maar twee een enkele keer langs de kust van België en Nederland worden gevonden.

Wij eten plankton en andere kleine zwevende deeltjes die we uit het water filteren. Daarvoor gebruiken we onze tentakels die bij onze mond zitten. In de foto´s hieronder kun je mooi zien hoe die tentakels er uit zien. Als een van onze tentakels genoeg voedsel heeft gevangen, dan brengen we die tentakel naar onze mond. Sommige soorten eten vooral kleine diertjes, terwijl andere soorten vooral algjes eten die op de zeebodem groeien.

Wij hebben best wel veel vijanden. De mens is de grootste vijand, want vooral de Chinezen vangen ons en dan worden we gedroogd en daarna opgegeten of als medicijn gebruikt. Zo zijn al heel veel soorten uitgestorven. En als de mens ons niet opeet, dan zijn er wel roofvissen en zeeschildpadden die dat doen. Sommige zeekomkommers kunnen een bepaald deel van hun darmen uitstoten ter verdediging. Deze draadachtige structuren zijn plakkerig en smaken erg smerig.

Hier zie je wat we doen als we aangevallen worden. Dan kunnen we deze viessmakende draden uit ons achterste laten komen.

Hier kun je mooi onze tentakels zien. Hiermee vangen we ons eten.

 

Hier zie je hoe ik een van mijn tentakels die genoeg eten gevangen heeft, in mijn mond steek.

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit doe ik normaal nooit…! Ik klauter tegen een waaierkoraal op in de hoop daar wat algjes te vinden.

 

Ik behoor tot de allerzeldzaamste zeekomkommers. Ik leef bij het eiland Komodo – je weet wel, de plaats waar de grootste varanen van de wereld leven, de Komodovaranen.

 

 

Ik ben een schorpioenvis

Wij schorpioenvissen zijn een familie van overwegend zeevissen en we hebben giftige stekels op onze rugvinnen. Een paar soorten van onze familie komen ook in rivieren en meren voor.

We hebben een groot hoofd met een grote mond. Onze tekening is gevlekt en kleurig. Onze rugvin heeft 11 tot 17 stekels met aan het uiteinde daarvan een sterk gif. Een steek van onze giftige stekels is pijnlijk, en kan bij sommige soorten gevaarlijk zijn voor de mens. De uiteinden van de buik- en aarsvinnen hebben ook gifklieren.

Meestal liggen we op de bodem en zijn we heel goed gecamoufleerd. Dat is nodig, want we zijn geen goede zwemmers. We kunnen dus niet achter visjes aanzitten, want andere vissen zijn veel sneller dan wij. We kunnen wel heel snel een visje vangen dat voorbij zwemt en ons niet ziet.

We komen veel voor in subtropische en tropische zeeën, maar vooral in de Indische en Stille Oceaan. Onze familie bestaat uit honderden soorten.

Als je in de zee zwemt of speelt, kun je het best altijd waterschoenen dragen en op de bodem niets aanraken, ook al ziet het er nog zo mooi uit.

 

 

Zie je hoe verschillend onze kleuren zijn? Er zijn heel veel soorten schorpioenvissen.

 

Ik ben een koraalduivel, of zeeduivel. Ik ben misschien wel het mooiste lid van de familie van schorpioenvissen. Er zijn plaatsen in de wereld waar mensen mij uit een aquarium in zee hebben gegooid, zoals in de Caribische Zee. Daar eet ik alle jonge en kleine visjes op en gaan de mensen dus op mij jagen omdat ik daar niet thuis hoor. De fout ligt natuurlijk bij de mensen die ons daar in zee gegooid hebben…!

  

 

Ik ben een Australische zeeleeuw

Kangoeroe Eiland, ten zuiden van de stad Aidelaide in het zuiden van Australië, is een paradijs voor natuurliefhebbers. Vooral de vele papegaaien zijn indrukwekkend, maar de mooiste vogel is de Australische pelikaan, de mooiste van alle pelikaansoorten.

 

Ik ben een Australische zeeleeuw en hier woon ik met mijn familie. Wij zijn de meest zeldzame van alle zeehonden en zeeleeuwen. Tot 1970 werden we nog fel bejaagd om ons prachtige vel dat uitgevoerd werd naar Parijs waar er hoeden en jassen van werden gemaakt en in Australië aten ze ons vlees op. In de 19e eeuw waren we bijna uitgestorven. Alleen op Kangoeroe Eiland waren nog een paar van onze soortgenoten in leven. Gelukkig besloot de overheid de plaats waar onze laatste familieleden leefden te beschermen en zo ontstond in 1972 Seal Bay Conservation Park op Kangaroo Island. In het Nederlands is dat een beschermde baai waar eigenlijk niemand mag komen, behalve de parkwachters.

 

Hier zie je ons op het strand van Seal Bay Conservation Park op Kangaroo Island.

 

Hebben we geen ondeugende koppies? En zie je mijn oortjes?

 

 

Ik heet Australische zeeleeuw omdat ik nergens anders ter wereld voorkom. Ik zie er heel lief uit, maar ben wel een roofdier en ik behoor tot de familie van de oorrobben.  Dat betekent dat we oortjes hebben. Zeehonden hebben alleen gaatjes in plaats van oren. Zo kun je meteen zien of je met een zeeleeuw of een zeehond te maken hebt. Onze mannetjes zijn duidelijk groter en hebben andere kleuren dan de vrouwtjes.  Onze vrouwtjes zijn zilvergrijs met een beige kop en buik.  De vrouwtjes worden 130 tot 180 centimeter groot, terwijl de mannetjes 200 tot 250 centimeter groot worden.

 

 

De onderwaterrotsen zijn hier mooi begroeid met allerlei soorten zeewier.

 

Als we gaan paren, verzamelen we ons op het strand van Seal Bay. Onze jongen worden na 18 maanden geboren en hebben een vacht die mooi bruin gekleurd is en een bleek hoofd. Als de mamma´s op jacht gaan, blijven alle jongen bij een kinderoppas. Enkele vrouwtjes passen dan op een hele groep jongen. De mamma´s vinden hun jongen terug door te roepen. Bij elk jong is dit geluid anders. Zij blijven bij mamma zogen totdat het volgende jong wordt geboren.

 

 

 

 

 foto’s Dos Winkel

Ik ben een nautilus

Ik ben familie van de inktvissen. Wij bestaan uit een hele grote familie met heel veel verschillende soorten die vaak totaal niet op elkaar lijken.

Ik leef op grote diepte, maar kom op bepaalde plaatsen in de zee ´s nachts naar het ondiepe water om eten te zoeken. Heb ik geen prachtig huis?

Inktvissen behoren tot de weekdieren en zijn daarom nauw verwant aan de schelpen. Veel soorten inktvissen hebben nog altijd een soort schelp: Ik heb als nautilus de mooiste schelp. Bij mij zit die aan de buitenkant en mijn lichaam zit in mijn schelp. Een deel komt naar buiten als ik zwem. Ik kan mij voortbewegen door de druk in de verschillende kamers in mijn schelp steeds aan te passen.

Eigenlijk ben ik een levend fossiel. Fossielen zijn versteende planten en dieren die miljoenen jaren geleden leefden. Vroeger bestonden er nog veel meer soorten nautilussen, die je nu alleen nog als fossiel kunt vinden. Dat zijn de zogenaamde ammonieten.

ammoniet

Een fossiele nautilus, ammoniet genoemd. De ammoniet is doorgezaagd, waardoor je goed de kamers aan de binnenkant ziet. Deze ammoniet is ongeveer 100 miljoen jaar oud!

Andere soorten inktvissen hebben een inwendige schelp. Op het strand kun je vaak de langgerekte witte schelpen van de zeekat of sepia vinden. De octopus is ook een inktvis en bij hem bestaat de schelp nog maar uit een paar kleine stukjes binnen in het lichaam. Weer andere soorten hebben helemaal geen schelp meer. Inktvissen zijn ongeveer 500 miljoen jaar geleden ontstaan. De eerste soorten waren vaak klein (2 cm), maar er waren ook soorten waarvan de schelp een doorsnee van 3,5 meter had.

Inktvissen heten zo omdat zij een bijna zwarte kleurstof maken die zij naar een roofdier kunnen spuiten die daardoor even niets meer kan zien en waardoor de inktvis dan kan ontsnappen. Wij inktvissen zijn heel intelligente dieren.

De meeste inktvissen zijn goed in camouflage en kunnen razendsnel van kleur veranderen en de kleur van de omgeving aannemen.

 

Ik behoor tot de allerkleinste inktvissen. Ik ben een kortstaart inktvisje en wordt maar 2 cm groot. Hier zie je mij terwijl ik mij in het zand aan het ingraven ben.

En ik ben ook een inktvis, een sepia. Ik word ook wel zeekat genoemd. Mijn inwendige schelp kun je vaak op het strand vinden.

Zo ziet mijn inwendige schelp er uit. Je hebt vast wel eens zo´n “schelp” op het strand gevonden.

 

Foto’s Dos Winkel

 

Ik ben een veerster

Ik kom in vrijwel alle zeeën voor, maar we hebben de mooiste kleuren in de Indische en Stille Oceaan. Wij veersterren behoren tot hetzelfde geslacht als de zeekomkommers, zeesterren en zee-egels. We behoren tot de familie van de stekelhuidigen. Wij bestaan al een paarhonderdmiljoen jaar! Toen leefden wij op grote stelen en werden we zeelelies genoemd. De grootste zeelelie die toen leefde had een lengte van ruim twintig meter!

Prachtig gekleurde veersterren op het koraalrif.

Hier zie je een klein visje dat zich verbergt tussen de armen van een veerster. Omdat zeedieren geen veersterren eten, zijn visjes hier helemaal veilig.

Als je ons ziet, denk je vast dat we niet kunnen bewegen, maar niets is minder waar. We kunnen ons zowel lopend (kruipend) als zwemmend verplaatsen.

De lengte van onze armen varieert per soort  en kan variëren van ongeveer tien tot vijftig centimeter. Elke arm is over de hele lengte voorzien van “zijtakjes”, die met een duur woord pinnulae worden genoemd, die op hun beurt weer van hele fijne “haartjes” zijn voorzien. Zo vangen wij de allerkleinste plantjes en diertjes uit het water, het plankton.

Wij hebben geen vijanden. Er is geen enkele vis die veerster op zijn menu heeft staan. Wat daarvan de reden is, begrijpen we zelf ook niet zo goed, want we zijn absoluut niet giftig. Daarom komen er regelmatig piepkleine visjes tussen onze vele armen schuilen. Bij ons zijn ze veilig.

Op onze armen kun je ook vaak hele kleine garnaaltjes vinden. Die nemen dezelfde kleuren aan die wij hebben. Zo zijn ze perfect gecamoufleerd.

 

Kun je mij vinden? Ik ben een heel goed gecamoufleerd garnaaltje en ik woon mijn hele leven samen met de veerster. Ik eet de restjes van wat de veerster zelf opeet.

Hier zie je mijn voetjes. En ik heb bezoek van een familielid, een brokkelster die ook eet wat ik overlaat.

 

 

 

 

Foto’s Dos Winkel