Ik ben een tarpoen

Hey daar! Wat glans ik mooi hè? Als je naast me zwemt lijkt het net alsof mijn schubben van zilver zijn gemaakt! Ik ben een tarpoen en ze noemen mij ook wel eens de zilveren koning. Ik ben misschien wel groter dan je vader of moeder. Ik kan namelijk 2,5 meter lang worden! Omdat ik zo groot ben, weeg ik soms wel 160 kilo. Zwaar hè? Maar bang hoef je niet te zijn als je me tegenkomt. Op mijn menukaart staan namelijk vissen zoals sardines en ansjovissen, geen mensen! In tegenstelling tot veel andere grote roofvissen, ben ik te vinden in ondiep water en ben ik niet erg verlegen.

Ik behoor tot de straalvinnigen. In mijn vinnen zitten namelijk stralen. Dit zijn een soort van graten die mijn vinnen ondersteunen, zodat ik beter kan zwemmen! Ik kan overleven in gebieden waar maar weinig zuurstof in het water zit. Ik heb namelijk een aangepaste zwemblaas waardoor ik lucht aan de oppervlakte kan opnemen, opslaan en vervoeren naar mijn slokdarm. Zoals je misschien wel kunt zien zit mijn bek bovenop mijn hoofd. Ik heb een soort pruillip, waardoor het lijkt alsof ik een beetje sip ben. Maar dat is niet zo hoor. Mijn onderkaak is gewoon erg groot. Met mijn tanden die dicht op elkaar staan, kan ik prooien met een pantser, zoals krabben kraken. Hoewel mijn gebit er niet voor gemaakt is, eet ik ook wel eens inktvissen. Deze slik ik dan zonder te kauwen of te bijten door.

Wij tarpoens kunnen wel 50 jaar oud worden. Maar dat geld alleen voor de vrouwtjes. De mannetjes worden maar 30 jaar. Helaas bereiken we die leeftijd lang niet allemaal. Er wordt namelijk op ons gejaagd. Niet voor voedsel, want ons vlees smaakt niet zo lekker. Maar met name door sportvissers. Omdat wij krachtig en vechtlustig zijn zien ze het als uitdaging op ons te pakken te krijgen. Als we eenmaal aan een haak zitten, duurt het soms wel uren om ons naar binnen te hengelen. We raken dan vermoeid en kunnen doodgaan als we weer worden teruggezet, omdat we dan niet meer in staat zijn om voldoende lucht te happen of niet snel genoeg weg kunnen zwemmen als er een haai op ons af komt. De haai is mijn grootste vijand als ik volwassen ben. Maar als jongere vis moet ik ook oppassen voor vogels, bruinvissen en alligators in rivieren.

We komen voor in het warmere water van de Atlantische Oceaan. Bijvoorbeeld rond Bonaire en in Brazilië. Als een tarpoen vrouwtje zes jaar is, kan ze eitjes krijgen. Ze zet wel meer dan 10 miljoen eitjes per keer uit! Dat moet ook wel, want de meeste eitjes worden opgegeten door roofdieren. Het uitzetten van de eitjes gebeurt in de open zee. De eieren spoelen naar de kust toe en groeien in zoet water uit tot vissen, die als ze iets ouder zijn weer naar de zee terugzwemmen. Want in dat zoutere water voelen we ons meer thuis als we volwassen zijn.

 

tekst: Annika Verdam Foto’s: Dos Winkel

 

Ik ben een adelaarsrog

Hallo daar! Wat een bijzondere naam heb ik hé? De adelaar is natuurlijk een roofvogel met brede vleugels. Door mijn elegante en deftige manier van zwemmen, heb ik mijn naam aan deze vogel te danken. Het lijkt namelijk net alsof ik onder water vlieg! Met krachtige bewegingen, zwem ik door het open water van de oceaan. En omdat ik wel houd van wat warmte, vind je me in (sub)tropische wateren. Andere roggensoorten liggen vaak op de grond of half onder het zand van de zeebodem. Maar ik niet, ik ben graag actief en ik zwem bijna de hele dag en nacht. Als ik honger heb, zoek ik op de bodem naar krabben en mosselen. Deze kraak ik open en de schalen en schelpjes spuug ik weer uit.

Ik kan wel tweeëneenhalve meter lang worden en tot 200 kilo wegen. Ook heb ik een enorm lange staart van ongeveer twee meter! Mijn staart is heel gevoelig en ik gebruik hem als voelspriet. Ik ben zachtaardig en ik doe mensen niet zo vaak kwaad. Ook kunnen duikers mij niet zo makkelijk tegen het lijf ‘zwemmen’, omdat ik best wel verlegen ben. Toch heb ik gifstekels op mijn staart, zodat ik mezelf kan verdedigen als ik aangevallen word. Als ik mensen in hun borst steek, kunnen ze overlijden. Maar dat gebeurt niet zo vaak hoor! Als ik steek, doe ik dit meestal in de benen of armen. Dat is niet levensgevaarlijk, maar het doet wel heel veel pijn. Ik leef vaak in scholen van drie tot wel vijftig roggen. Ik heb een afgeplatte snuit en ik kan ongeveer 25 jaar oud worden.

Bij de bevruchting worden de zaadjes van de mannetjesrog in de buik van de vrouwtjesrog gebracht. De jongen ontwikkelen zich in eieren binnen het lichaam van het vrouwtje. En de moeder broedt ze in haar buik uit. Na acht tot twaalf maanden worden de jongen geboren. Ze zijn dan al best groot en wegen ongeveer één tot drie kilo. Na de bevalling kijkt de moeder niet meer naar haar jongen om. Ze moeten vanaf hun geboorte dus al voor zichzelf zorgen! Maar dit gaat niet altijd goed. De grootste vijanden van de adelaarsrog zijn de zilverpunthaai en de grote hamerhaai. Deze haaien achtervolgen adelaarsroggen soms tijdens het geboorteseizoen. En eten de jongen op zodra ze geboren worden. Maar daar hebben de roggen iets op bedacht. Tijdens het geboorteseizoen vormen ze namelijk vaker grote scholen, zodat ze zichzelf beter kunnen verdedigen tegen roofdieren.

 

tekst: Annika Verdam Foto’s: Dos Winkel

Ik ben een Pygmeezeepaardje

Omdat Pygmeeën kleine mensen zijn, noemen ze mij pygmeezeepaardje, of ook wel dwergzeepaardje. Als je mij wil zien, moet je heel goed kijken. Ik ben namelijk kleiner dan twee centimeter en ik ben goed gecamoufleerd. Tussen het koraal val ik bijna niet op en daar ben ik heel erg blij mee. Roofdieren zien mij hierdoor gelukkig vaak over het hoofd. Maar helaas kan ik mij steeds moeilijker verstoppen. Dat komt omdat het zeewater de laatste jaren steeds warmer wordt, waardoor het koraal verbleekt. Daarom val ik nu meer op dan vroeger en word ik een steeds makkelijkere prooi.

Ik ben niet een gewoon zeepaardje. Die zijn namelijk veel groter en hebben twee kieuwbogen aan de zijkant van hun kop, terwijl ik er maar één heb. Deze zit achter op mijn kop. Met deze kieuw kan ik ademen. Bovendien draag ik mijn broedbuidel met eieren op mijn buik in plaats van op mijn staart.  Ik ben er in allerlei verschillende kleuren en met mijn staart houd ik me vast aan het koraal. Weet je wat bijzonder is? De voortplanting van Pygmeezeepaardjes is heel opmerkelijk. De ontwikkeling van de eieren gebeurt in de buik van de mannetjes. Zij moeten de baby’s dan ook uitbroeden. In het dierenrijk vechten mannetjes normaal gesproken om de vrouwtjes, terwijl dit bij ons, Pygmeezeepaardjes juist omgekeerd is.

Weet je wat mijn lievelingseten is? Plankton! Plankton bestaat uit hele kleine plantjes, het fytoplankton, en hele kleine diertjes, het zoöplankton, die zwevend in het water leven. Ik vind het hartstikke leuk om te zwemmen en actief bezig te zijn. Ik speel dan ook graag met mijn vriendjes. In 1969 werd ik per toeval ontdekt door bioloog Georges Bargibant. De bioloog nam wat koraal mee voor onderzoek en mijn voorouders zaten daartussen. Hiervoor wist men nog niet eens dat ik bestond! Die zeepaardjes hebben zijn naam gekregen: Hippocampus (= zeepaardje) bargibanti.

 

 

tekst: Annika Verdam Foto’s: Dos Winkel

 

 

 

Ik ben een poetsgarnaal

Wat een mooie kleur heb ik hè? Met mijn felrode rugstrepen val ik goed op. Ze noemen mij een poetsgarnaal. Die naam heb ik te danken aan het feit dat ik andere vissen schoon poets. Ik houd deze vissen sterk en glanzend door hun parasieten en huidcellen op te eten. Zo heb ik mijn buikje weer vol en blijft de vis gezond. Een win-win situatie dus! Als een vis schoongemaakt moet worden, blijft hij heel stil zitten. Ik doe dan een dansje door mijn voelsprieten heen en weer te bewegen. Zo laat ik de vis weten dat ik hem schoon wil maken. Om te laten zien dat hij graag schoongemaakt wil worden en mij geen kwaad zal doen, krijgt de vis een iets donkerdere kleur. Hoewel ik kleurenblind ben, kan ik goed zien wanneer een vis donkerder of lichter wordt. Tijdens het schoonmaken moet de vis niet te veel bewegen. Ik maak namelijk naast de schubben, ook moeilijk bereikbare plekken zoals de binnenkant van de kieuwen en de mond schoon.

Wij, poetsgarnalen leven vaak in paartjes. Samen met onze partner hebben we een schoonmaakstation waar vissen langs komen. Eigenlijk kun je het een beetje vergelijken met een auto die door een wasstraat gaat. We leven in symbiose met vissen. Dit betekent dat twee verschillende diersoorten met elkaar samenleven en elkaar nodig hebben. Vissen hebben ons nodig om hen schoon te maken, anders worden ze ziek.

Ik ben best wel een bijzonder dier. Ik word namelijk geboren als mannetje, maar als ik iets ouder ben, ontwikkel ik ook een vrouwelijk geslachtsorgaan. Ik kan dus zowel zaad als eitjes produceren! Ik behoor tot de geleedpotige dieren en binnen deze groep behoor ik tot de kreeftachtige dieren. Andere kreeftachtige dieren zijn bijvoorbeeld: krabben, kreeften en pissebedden.

 

Mijn lichaam is lang, dun en oranje. Zoals je net al las heb ik felrode rugstrepen. Tussen die strepen zit één witte streep. Ik heb opvallende kleuren omdat ik zo goed te onderscheiden ben van andere garnalensoorten. Garnalen worden namelijk vaak opgegeten door vissen, maar omdat ik een poetsgarnaal ben, zien de meeste vissen mij liever levend dan als lekker tussendoortje.  Mijn poten hebben een geeloranje kleur en ik ben ongeveer zeseneenhalve centimeter lang. Meet maar eens op, misschien is dat wel even groot als jouw vinger! Ik kom voor in allerlei verschillende oceanen en word gevonden in spleten en gaten op diepten van één tot wel veertig meter. Kun jij zo diep duiken?

 

tekst: Bertie Winkel Foto’s: Dos Winkel

 

Ik ben een krokodilvis

Vind je niet dat mijn platte kop heel erg op een krokodil lijkt? Ik ben natuurlijk geen krokodil, maar een echte vis. Daarom noemen ze mij een krokodilvis, maar dat had je waarschijnlijk al geraden! Wij zijn familie van de schorpioenvissen (zie november 2019). Ze zeggen dat ik net zoveel geduld heb als een reiger, want ik kan heel lang en stil wachten op mijn prooi. Ik bedek me dan een beetje met zand, of ik verstop me onder een stuk koraal. Door mijn kleuren ben ik goed gecamoufleerd, je ziet me dan bijna niet en zo lijk ik op mijn omgeving. Het liefst eet ik kleine visjes (maximaal 20 cm), of schaaldieren zoals garnalen, krabben en kreeftjes.

Wij krokodilvissen hebben twee rugvinnen en stekels op ons hoofd. En wij kunnen wel 80 cm tot een meter lang worden.

Ik ben veel liever dan de rest van mijn familie Ik zal je nooit pijn doen zoals mijn neef de schorpioenvis! En ik ben al helemaal niet zo gemeen als een echte krokodil!

Ik zie wel eens duikers vlak naast mij, maar toch zien ze mij niet, omdat ik bijna onzichtbaar ben!  Ik woon in de Rode Zee, maar een gedeelte van mijn familie  is door het Suezkanaal gezwommen en woont nu in de Middellandse zee. Wij worden  de “gewone krokodilvis”  genoemd, maar in het Latijn  heet ik  sjieker  namelijk Papilloculiceps longiceps. Probeer dat maar eens uit te spreken ? Moeilijk hè. Andere soorten  krokodilvissen, verre familie dus,  zitten in andere zeeën over de hele wereld.

 

tekst: Bertie Winkel Foto’s: Dos Winkel

Ik ben een heremietkreeft

 

Als je een schelp ziet lopen, en je ziet er maar de helft van een kreeftje uitsteken, dan kun je er zeker van zijn dat ik dat ben. Ik ben  namelijk een heremietkreeft en word zonder huisje geboren. Helaas is mijn achterlijfje heel zacht, daarom moet ik een huisje zoeken, waarin ik dat gedeelte van mijn lichaam kan verstoppen voor mijn vijanden! Die vinden mijn zachte achterlijf namelijk erg lekker. Ik kan behalve voor een slakkenhuis, ook kiezen voor een uitgehold stuk koraal.

Foto Bertie Winkel – Landheremietkreeft op Bonaire (Ned. Antillen).

Foto Dos Winkel – Heremietkreeft uit Papoea-Nieuw-Guinea.

Ik heb hele korte achterpootjes, die ik goed in een lege schelp (slakkenhuis) kan klemmen en ik heb daar ook borstelhaartjes, die er voor zorgen, dat ik niet uit de schelp glijd. Als ik groei en groter word, moet ik ervoor zorgen dat ik een groter huisje vind. Dan moet ik snel verhuizen voordat een van mijn vijanden mij opeet. Sommige soorten heremietkreeften, zowel in het water als op het land, komen bij elkaar om nieuwe schelpen te vinden: wanneer een heremietkreeft een nieuwe, grotere schelp vindt, gaan verschillende andere dieren zich daar verzamelen en vormen ze een soort wachtrij van groot naar klein. Wanneer een heremietkreeft aankomt die voldoende groot is voor de lege schelp, kruipt hij er onmiddellijk in en de een na grootste kruipt dan snel in zijn schelp, enzovoort.

Als ik in mijn nieuwe huis zit zie je wel mijn kop met ogen op steeltjes en aan de voorkant heb ik ook twee schaarpoten, waarvan de een iets kleiner is dan de andere (zie foto hieronder), waarmee ik mijn eten goed kan pakken en vasthouden. Ik vind alles lekker van algen tot dode visjes die zich op de zeebodem bevinden, daarom noemen ze mij ook wel eens de vuilnisman van het koraalrif. Zelf moet ik goed oppassen, want niet alleen vinden sommige vissen mij lekker, maar mijn grootste vijand is wel de octopus (inktvis), die met zijn sterke kaken mijn huis kan kraken en dan ben ik er geweest! Maar…ik heb een oplossing gevonden, zodat deze achtarmige rover mij met rust laat. Ik ben heel slim, want ik zoek dan een giftige anemoon en zet deze dan op mijn schelphuisje. Gelukkig is dat gif voor mij niet dodelijk, maar de octopus is er verschrikkelijk bang voor en zal mij dan met rust laten.

Mijn vriend de anemoon is ook blij met mij, want als ik wat eet laat ik stukjes voedsel voor hem over en op zijn beurt beschermt hij mij. Maar je begrijpt wel dat als ik aan een nieuw huisje toe ben dat mijn anemoon ook mee moet verhuizen. Op internet kun je een prachtig filmpje zien over het wisselen van schelp met anemonen. Het filmpje is in het Engels, maar je moet het gewoon maar bekijken: prachtig! http://www.ja.be/entertainment/kinderen-dieren/miraculeuze-beelden-heremietkreeft-schelp-verandert-samen-anemonen-erop.html

Heremietkreeftje van Bonaire (Ned. Antillen)

Ik woon in Bonaire, maar mijn soortgenoten wonen in alle zeeën over de hele wereld, zelfs in de Noordzee en de Oostzee. Sommige van mijn soortgenoten kunnen wel 30 cm lang worden en hebben dan wel een behoorlijk grote schelp nodig.  Er zijn wel 500 soorten heremietkreeften.

Ook heb ik familie die alleen op het land leeft. Zij vinden dan aan het strand aangespoelde slakkenhuisjes om in te wonen, die ze meestal zo uithollen dat ze er precies in passen en ook nog ruimte hebben voor hun eitjes. Als ze groter worden en een ander huisje nodig hebben kunnen zij vaak erg brutaal worden en een ander gewoon uit hun huisje zetten, want dan hoeven ze deze niet meer op maat te maken en dat scheelt hun dan een hoop werk!

Foto Dos Winkel – Heremietkreeft uit Indonesië.

Tekst: Bertie Winkel Foto’s: Dos Winkel

Ik ben een tuimelaar

Ik ben een tuimelaar en ben heel trots om een echte dolfijn te zijn. Wij zijn net zoals andere walvisachtigen zoogdieren. Wij hebben in tegenstellingen tot vissen, longen en moeten dus af toe aan de oppervlakte komen om adem te halen.

Wisten jullie dat wij intelligente dieren zijn? En dat we enorme sprongen kunnen maken! Veel van jullie hebben mij vast in het dolfinarium gezien? Wij vinden het vreselijk om in kleine ruimtes te zijn, dus in gevangenschap (dolfinarium) te leven en kunstjes te moeten doen voor een dood visje als beloning. We leven heel graag in open zee waar we kunnen jagen, diep kunnen duiken en met onze familie samen zijn. Jullie kunnen ons helpen door niet meer naar een dolfinarium te gaan.

Er zijn al veel dolfinaria gesloten, maar nu moeten Nederland en België ook zo gauw mogelijk sluiten. Wij kunnen dan mooi naar een opvangplaats in zee (dat heet een sanctuary), waar we langzaam weer aan de vrijheid kunnen wennen. We zullen opnieuw moeten leren ons eigen eten te vangen.

Omdat we zo´n leuk gezicht hebben en het lijkt alsof we altijd lachen, denke de mensen dat we altijd blij zijn. Maar zelfs in een dolfinarium verandert ons gezicht niet, ook al zijn we helemaal niet blij, maar erg bedroefd.

In het wild zijn wij bijna in alle wateren van de wereld te vinden, behalve rondom de polen (Noord- en Zuidpool), want daar is het te koud. Wij waren vroeger ook veel te vinden in de Noordzee van Nederland en België, maar sinds ruim 60 jaar worden wij bijna niet meer gezien. Als jullie weer goed zorgen voor jullie zeeën zorgen komen wij waarschijnlijk weer terug!

In 2004 was er een sensationele waarneming toen twee groepen, waarvan een waarschijnlijk bestond uit ruim honderd tuimelaars, werden gespot langs de Noord-Hollandse kust en in het Marsdiep bij Texel. In juli 2019 is er ook weer een groep gespot langs de kust.


Als ik volwassen ben kan ik wel vier meter lang worden en een gewicht van wel vijfhonderd kilo bereiken. Mijn broertje zal waarschijnlijk zelfs nog iets groter worden dan ik. Ik reis samen met mijn familie in een groep, meestal zo’n 15 tuimelaars, en jagen samen op allerlei soorten vissen zoals haring en makreel maar soms ook kleine octopussen en andere weekdieren.

Wisten jullie dat wij vrij slechte ogen hebben? Daarom maken wij gebruik van echolocatie: door middel van hoge tonen die wij uitzenden kunnen we de plaats van onze prooi bepalen. Hoe cool is dat?!

Hopelijk zien wij jullie volgende keer in het wild en misschien in de wateren van de Belgische of Nederlandse kust??

 

wil je nog meer weten over dolfijnen kijk dan nog even hier: https://seafirstkids.nl/info-hoek/dolfijnen/

of kijk dit filmpje: https://www.youtube.com/watch?v=tU9-ymz-MBg&t=4s

 

Tekst Sien Boschma en Dos Winkel

Foto´s in het dolfinarium: Dos Winkel

Ik ben een bidsprinkhaankreeft

Door de een word ik geprezen om mijn prachtige kleuren, door de ander word ik vermeden als een gevaarlijk beest. Ik ben de bidsprinkhaankreeft: de bokser van de oceaan! Ik ben misschien dan wel kleurig en wordt maar 18cm groot, maar schattig ben ik zeker niet! Met mijn knuppelvormige aanhangsels kan ik stoten geven van meer dan 80 kilometer per uur! Dit is de snelste stoot van alle dieren ter wereld, vergelijkbaar met dat van een kogel die uit een pistool wordt geschoten en 50 keer zo snel als dat jij met je ogen kan knipperen. Deze klap gaat zó snel dat er een bubbel ontstaat. Wanneer deze knapt komt er een verschrikkelijk grote hoeveelheid energie vrij als licht en warmte: wel meer dan 4.7 duizend graden Celsius. Dat is bijna net zo heet als de zon! Ik gebruik deze stoten niet alleen om schelpen open te breken zodat ik de inhoud kan oppeuzelen, maar bijvoorbeeld ook om het glas van het aquarium te breken…! Of de lens van je fotocamera of misschien zelfs wel je duikbril.

Ik geeft niet alleen de hardste stoten van alle dieren, ik heb ook nog eens de meest complexe ogen van allemaal. Mijn ogen hebben 16 verschillende kleurreceptoren waarmee ik verschillende kleuren kan zien. Mensen hebben maar drie van deze receptoren en ik kan daarom ook wel 10 keer zoveel kleur zien, waaronder ultraviolet.

Bidsprinkhaankreeften bestaan al ruim 500 miljoen jaar en we komen voor in de Indische en Grote Oceaan. Je kunt ons vinden in kieren en gaten tussen rotsen en koralen, waar we ons het grootste deel van de dag verstoppen. We komen alleen naar buiten om te zoeken naar prooi of om te verhuizen naar een nieuwe plek.

Tekst Sien Boschma – Foto´s Dos Winkel

Ik ben een clownvis

Jullie kennen natuurlijk allemaal Nemo, het anemoon- of clownvisje dat de hoofdrol speelt in de film Finding Nemo. Ik ben zelf een anemoonvisje, maar ik ben niet Nemo. Onze familie bestaat namelijk uit wel 28 verschillende soorten!

op deze foto zie je de “echte” Nemo.

 

Eigenlijk zijn we een kleine, maar heel bijzondere soort baars. Wij zijn rifbaarzen en we leven samen met een zeeanemoon. Dat samenleven heet symbiose. Symbiose kan allerlei soorten samenleven betreffen. Bijvoorbeeld een vlo die op een kat leeft is ook een vorm van symbiose, alleen die vorm noemen we dan parasitisme, omdat de vlo een parasiet van de kat is. Een orchidee die alleen maar in een boom leeft en nergens anders kan leven, leeft ook in symbiose met die boom. Snap je nu wat het woord “symbiose” betekent?

 

We leven vooral in tropische zeeën, zoals de Rode Zee, de Indische en de Stille Oceaan. In het Caraïbisch gebied komen we niet voor.

Onze kleuren variëren en zijn afhankelijk van de soort: oranje, oranjerood, bordeauxrood en zelfs geel of zwart. De meeste soorten hebben witte balken of strepen op hun lichaam. Hierdoor worden ze soms ook wel clownvis genoemd. Onze levensduur varieert van 3 tot 6 jaar en we zijn meestal niet groter dan vijftien cm.

 

De zeeanemonen waarmee we samenleven, zijn erg giftig voor de meeste dieren die in de zee leven. Toch leven alle soorten van onze familie tussen de stekende tentakels van de zeeanemonen. Het voordeel is daarbij duidelijk: hier zijn we beschermd tegen roofvissen. De meeste soorten zitten maar in één soort anemoon. Er zijn echter soorten, zoals de Clarks anemoonvis die op zeker tien verschillende soorten anemonen leeft – je ziet de Clarks anemoonvis op de onderste foto.

Wij leven altijd in een groep. Binnen een groep is er steeds maar één vrouwtje en ze paart alleen met het grootste mannetje uit de groep. Wanneer het vrouwtje doodgaat, ondergaat het grootste mannetje een geslachtsverandering en wordt hij het nieuwe vrouwtje in de groep. Bijzonder hè!

 

Eitjes van de anemoonvis

 

 

Bij ons zijn de vrouwtjes groter dan mannetjes. We kunnen tussen de zes en tien jaar oud worden. We komen voor in de tropische wateren

van Azië en Australië en je vindt ons vooral in ondiep water, maximaal 15 meter diep. We eten vooral plankton en algen. Wanneer het

vrouwtje eitjes heeft, maakt het mannetje een plekje vrij van zand of van een dood stuk koraal, heel dicht bij de anemoon. Het vrouwtje legt 100 à 1000 eitjes per keer, na 6 à 8 dagen komen de eitjes uit. Het larvenstadium duurt 8 à 12 dagen, daarna keren de visjes terug naar de bodem en zoeken een anemoon om te bewonen. Helaas zijn wij erg populair geworden door Finding Nemo, waardoor heel veel stoute mensen ons zijn gaan vangen en aan aquariumwinkels zijn gaan verkopen.

 

 

 

Ik ben een zeekomkommer

Wij zeekomkommers zijn ongewervelde dieren. Dat betekent dat we geen wervelkolom hebben, zoals vissen, zoogdieren, vogels en reptielen. We behoren tot de familie van de stekelhuidigen, net zoals zee-egels, zeesterren en slangsterren. Onze familie is heel groot en bestaat uit vele soorten. Sommige van onze soorten hebben prachtige kleuren. Meestal hebben we een langwerpig lichaam, maar sommige soorten hebben een sliertige of een bolle lichaamsvorm.

Heb ik geen prachtige kleuren?

Wij zijn net als andere stekelhuidigen echte zeedieren en kunn niet in zoetwater of op het land overleven. De meeste van onze soorten leven op de zeebodem, waar we ons kruipend voortbewegen. Ook zijn er enkele soorten die zich kunnen ingraven en sommige soorten zijn zelfs goede zwemmers.

Wist je dat er wel 1.700 verschillende soorten zeekomkommers beschreven zijn, waarvan er maar twee een enkele keer langs de kust van België en Nederland worden gevonden.

Wij eten plankton en andere kleine zwevende deeltjes die we uit het water filteren. Daarvoor gebruiken we onze tentakels die bij onze mond zitten. In de foto´s hieronder kun je mooi zien hoe die tentakels er uit zien. Als een van onze tentakels genoeg voedsel heeft gevangen, dan brengen we die tentakel naar onze mond. Sommige soorten eten vooral kleine diertjes, terwijl andere soorten vooral algjes eten die op de zeebodem groeien.

Wij hebben best wel veel vijanden. De mens is de grootste vijand, want vooral de Chinezen vangen ons en dan worden we gedroogd en daarna opgegeten of als medicijn gebruikt. Zo zijn al heel veel soorten uitgestorven. En als de mens ons niet opeet, dan zijn er wel roofvissen en zeeschildpadden die dat doen. Sommige zeekomkommers kunnen een bepaald deel van hun darmen uitstoten ter verdediging. Deze draadachtige structuren zijn plakkerig en smaken erg smerig.

Hier zie je wat we doen als we aangevallen worden. Dan kunnen we deze viessmakende draden uit ons achterste laten komen.

Hier kun je mooi onze tentakels zien. Hiermee vangen we ons eten.

 

Hier zie je hoe ik een van mijn tentakels die genoeg eten gevangen heeft, in mijn mond steek.

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit doe ik normaal nooit…! Ik klauter tegen een waaierkoraal op in de hoop daar wat algjes te vinden.

 

Ik behoor tot de allerzeldzaamste zeekomkommers. Ik leef bij het eiland Komodo – je weet wel, de plaats waar de grootste varanen van de wereld leven, de Komodovaranen.