Ik ben een schorpioenvis

Wij schorpioenvissen zijn een familie van overwegend zeevissen en we hebben giftige stekels op onze rugvinnen. Een paar soorten van onze familie komen ook in rivieren en meren voor.

We hebben een groot hoofd met een grote mond. Onze tekening is gevlekt en kleurig. Onze rugvin heeft 11 tot 17 stekels met aan het uiteinde daarvan een sterk gif. Een steek van onze giftige stekels is pijnlijk, en kan bij sommige soorten gevaarlijk zijn voor de mens. De uiteinden van de buik- en aarsvinnen hebben ook gifklieren.

Meestal liggen we op de bodem en zijn we heel goed gecamoufleerd. Dat is nodig, want we zijn geen goede zwemmers. We kunnen dus niet achter visjes aanzitten, want andere vissen zijn veel sneller dan wij. We kunnen wel heel snel een visje vangen dat voorbij zwemt en ons niet ziet.

We komen veel voor in subtropische en tropische zeeën, maar vooral in de Indische en Stille Oceaan. Onze familie bestaat uit honderden soorten.

Als je in de zee zwemt of speelt, kun je het best altijd waterschoenen dragen en op de bodem niets aanraken, ook al ziet het er nog zo mooi uit.

 

 

Zie je hoe verschillend onze kleuren zijn? Er zijn heel veel soorten schorpioenvissen.

 

Ik ben een koraalduivel, of zeeduivel. Ik ben misschien wel het mooiste lid van de familie van schorpioenvissen. Er zijn plaatsen in de wereld waar mensen mij uit een aquarium in zee hebben gegooid, zoals in de Caribische Zee. Daar eet ik alle jonge en kleine visjes op en gaan de mensen dus op mij jagen omdat ik daar niet thuis hoor. De fout ligt natuurlijk bij de mensen die ons daar in zee gegooid hebben…!

  

 

Ik ben een Australische zeeleeuw

Kangoeroe Eiland, ten zuiden van de stad Aidelaide in het zuiden van Australië, is een paradijs voor natuurliefhebbers. Vooral de vele papegaaien zijn indrukwekkend, maar de mooiste vogel is de Australische pelikaan, de mooiste van alle pelikaansoorten.

 

Ik ben een Australische zeeleeuw en hier woon ik met mijn familie. Wij zijn de meest zeldzame van alle zeehonden en zeeleeuwen. Tot 1970 werden we nog fel bejaagd om ons prachtige vel dat uitgevoerd werd naar Parijs waar er hoeden en jassen van werden gemaakt en in Australië aten ze ons vlees op. In de 19e eeuw waren we bijna uitgestorven. Alleen op Kangoeroe Eiland waren nog een paar van onze soortgenoten in leven. Gelukkig besloot de overheid de plaats waar onze laatste familieleden leefden te beschermen en zo ontstond in 1972 Seal Bay Conservation Park op Kangaroo Island. In het Nederlands is dat een beschermde baai waar eigenlijk niemand mag komen, behalve de parkwachters.

 

Hier zie je ons op het strand van Seal Bay Conservation Park op Kangaroo Island.

 

Hebben we geen ondeugende koppies? En zie je mijn oortjes?

 

 

Ik heet Australische zeeleeuw omdat ik nergens anders ter wereld voorkom. Ik zie er heel lief uit, maar ben wel een roofdier en ik behoor tot de familie van de oorrobben.  Dat betekent dat we oortjes hebben. Zeehonden hebben alleen gaatjes in plaats van oren. Zo kun je meteen zien of je met een zeeleeuw of een zeehond te maken hebt. Onze mannetjes zijn duidelijk groter en hebben andere kleuren dan de vrouwtjes.  Onze vrouwtjes zijn zilvergrijs met een beige kop en buik.  De vrouwtjes worden 130 tot 180 centimeter groot, terwijl de mannetjes 200 tot 250 centimeter groot worden.

 

 

De onderwaterrotsen zijn hier mooi begroeid met allerlei soorten zeewier.

 

Als we gaan paren, verzamelen we ons op het strand van Seal Bay. Onze jongen worden na 18 maanden geboren en hebben een vacht die mooi bruin gekleurd is en een bleek hoofd. Als de mamma´s op jacht gaan, blijven alle jongen bij een kinderoppas. Enkele vrouwtjes passen dan op een hele groep jongen. De mamma´s vinden hun jongen terug door te roepen. Bij elk jong is dit geluid anders. Zij blijven bij mamma zogen totdat het volgende jong wordt geboren.

 

 

 

 

 foto’s Dos Winkel

Ik ben een nautilus

Ik ben familie van de inktvissen. Wij bestaan uit een hele grote familie met heel veel verschillende soorten die vaak totaal niet op elkaar lijken.

Ik leef op grote diepte, maar kom op bepaalde plaatsen in de zee ´s nachts naar het ondiepe water om eten te zoeken. Heb ik geen prachtig huis?

Inktvissen behoren tot de weekdieren en zijn daarom nauw verwant aan de schelpen. Veel soorten inktvissen hebben nog altijd een soort schelp: Ik heb als nautilus de mooiste schelp. Bij mij zit die aan de buitenkant en mijn lichaam zit in mijn schelp. Een deel komt naar buiten als ik zwem. Ik kan mij voortbewegen door de druk in de verschillende kamers in mijn schelp steeds aan te passen.

Eigenlijk ben ik een levend fossiel. Fossielen zijn versteende planten en dieren die miljoenen jaren geleden leefden. Vroeger bestonden er nog veel meer soorten nautilussen, die je nu alleen nog als fossiel kunt vinden. Dat zijn de zogenaamde ammonieten.

ammoniet

Een fossiele nautilus, ammoniet genoemd. De ammoniet is doorgezaagd, waardoor je goed de kamers aan de binnenkant ziet. Deze ammoniet is ongeveer 100 miljoen jaar oud!

Andere soorten inktvissen hebben een inwendige schelp. Op het strand kun je vaak de langgerekte witte schelpen van de zeekat of sepia vinden. De octopus is ook een inktvis en bij hem bestaat de schelp nog maar uit een paar kleine stukjes binnen in het lichaam. Weer andere soorten hebben helemaal geen schelp meer. Inktvissen zijn ongeveer 500 miljoen jaar geleden ontstaan. De eerste soorten waren vaak klein (2 cm), maar er waren ook soorten waarvan de schelp een doorsnee van 3,5 meter had.

Inktvissen heten zo omdat zij een bijna zwarte kleurstof maken die zij naar een roofdier kunnen spuiten die daardoor even niets meer kan zien en waardoor de inktvis dan kan ontsnappen. Wij inktvissen zijn heel intelligente dieren.

De meeste inktvissen zijn goed in camouflage en kunnen razendsnel van kleur veranderen en de kleur van de omgeving aannemen.

 

Ik behoor tot de allerkleinste inktvissen. Ik ben een kortstaart inktvisje en wordt maar 2 cm groot. Hier zie je mij terwijl ik mij in het zand aan het ingraven ben.

En ik ben ook een inktvis, een sepia. Ik word ook wel zeekat genoemd. Mijn inwendige schelp kun je vaak op het strand vinden.

Zo ziet mijn inwendige schelp er uit. Je hebt vast wel eens zo´n “schelp” op het strand gevonden.

 

Foto’s Dos Winkel

 

Ik ben een veerster

Ik kom in vrijwel alle zeeën voor, maar we hebben de mooiste kleuren in de Indische en Stille Oceaan. Wij veersterren behoren tot hetzelfde geslacht als de zeekomkommers, zeesterren en zee-egels. We behoren tot de familie van de stekelhuidigen. Wij bestaan al een paarhonderdmiljoen jaar! Toen leefden wij op grote stelen en werden we zeelelies genoemd. De grootste zeelelie die toen leefde had een lengte van ruim twintig meter!

Prachtig gekleurde veersterren op het koraalrif.

Hier zie je een klein visje dat zich verbergt tussen de armen van een veerster. Omdat zeedieren geen veersterren eten, zijn visjes hier helemaal veilig.

Als je ons ziet, denk je vast dat we niet kunnen bewegen, maar niets is minder waar. We kunnen ons zowel lopend (kruipend) als zwemmend verplaatsen.

De lengte van onze armen varieert per soort  en kan variëren van ongeveer tien tot vijftig centimeter. Elke arm is over de hele lengte voorzien van “zijtakjes”, die met een duur woord pinnulae worden genoemd, die op hun beurt weer van hele fijne “haartjes” zijn voorzien. Zo vangen wij de allerkleinste plantjes en diertjes uit het water, het plankton.

Wij hebben geen vijanden. Er is geen enkele vis die veerster op zijn menu heeft staan. Wat daarvan de reden is, begrijpen we zelf ook niet zo goed, want we zijn absoluut niet giftig. Daarom komen er regelmatig piepkleine visjes tussen onze vele armen schuilen. Bij ons zijn ze veilig.

Op onze armen kun je ook vaak hele kleine garnaaltjes vinden. Die nemen dezelfde kleuren aan die wij hebben. Zo zijn ze perfect gecamoufleerd.

 

Kun je mij vinden? Ik ben een heel goed gecamoufleerd garnaaltje en ik woon mijn hele leven samen met de veerster. Ik eet de restjes van wat de veerster zelf opeet.

Hier zie je mijn voetjes. En ik heb bezoek van een familielid, een brokkelster die ook eet wat ik overlaat.

 

 

 

 

Foto’s Dos Winkel

Ik ben een naaktslak

Wij naaktslakken worden ook wel de edelstenen van het koraalrif genoemd. Iedere duiker zoekt altijd naar ons omdat wij schitterende kleuren hebben. Wij zijn eigenlijk schelpdieren, maar dan zonder schelp, dus zonder huisje, net als de naaktslak in je tuin of in het bos. Door felle kleuren aan te nemen, geven we roofvissen het idee dat we giftig zijn en worden we met rust gelaten. Onderwater betekent een felle kleur meestal dat het dier giftig is en dus niet eetbaar. Lang niet alle naaktslakken zijn echt giftig, maar de meeste soorten hebben wel felle kleuren. Slim hè!

Ik ben een tijgernaaktslak en ik ben een echt roofdier. Op deze foto zie je mij een koraalpoliep eten. Zie je mijn paarse tongetje?

Wij grazen over de bodem en over dood koraal om algjes te eten. Sommige naaktslakken zijn echte rovers en eten koraalpoliepjes, zoals je op de foto hieronder kunt zien, waar een tijgernaaktslak bezig is de poliepen uit dit mooie oranje pijpkoraal te eten.

Wij kunnen zowel mannetje als vrouwtje zijn. Dus de ene keer maken we onze partner zwanger en de volgende keer worden wij zelf zwanger! Gek hè! We leggen eitjes in de vorm van een roos.

Op onze kop zitten twee tentakels die met een mooi woord rinoforen worden genoemd. Daarmee kunnen wij geurtjes opvangen. De rinoforen hebben vaak een wormachtige vorm. Bij gevaar kunnen we ze terugtrekken. Aan de achterzijde hebben we een soort huidplooien. Dat zijn onze kieuwen waarmee we kunnen ademhalen.

Zie je ook mijn paarse tongetje? Ik ben ook een roofdier en hier zie je mij een ander diertje, een zakpijpje, opeten.

Hier leg ik eitjes en maak daar een mooi kunstwerkje van in de vorm van een roos.

Zie op al deze foto´s van mij en mijn vriendjes de rinoforen en onze kieuwen?

 

 

Foto’s Dos Winkel

Ik ben een Napoleonvis

Ik heet Napoleonvis. Gekke naam hè! Napoleon was een Franse keizer die leefde in de 19e eeuw. Hij had een gekke hoed op (kijk maar naar de foto) en ooit heeft iemand bedacht dat die malle bult op mijn kop aan die hoed doet denken, vandaar mijn naam.

Keizer Napoleon Bonaparte

Ik kom voor in warme zeeën en dan met name in de Rode Zee en de Indische en de Stille (Grote) Oceaan. Ik zwem het liefst in ondiep water bij koraalriffen. Ik behoor tot de familie van de lipvissen. Vind je ook niet dat ik mooie dikke lippen heb? Wist je dat ik wel 2 meter lang kan worden en dan bijna 200 kilo weeg.

Helaas wordt ons voortbestaan erg bedreigd, ook al zijn we officieel een beschermde vissoort. Vooral de Chinezen vangen ons – en met name onze kinderen die nog klein zijn – door ons onder water met een heel erg giftige stof, cyanide, te verdoven en dan uit het water te halen om naar restaurants te brengen. Daar komen we in piepkleine aquariums te zitten waar we niet kunnen zwemmen en ons zelfs niet kunnen keren. Als een klant ons wil opeten, worden we uit het aquarium gehaald en met kokend water overgoten. We leven dan nog steeds, maar dan wordt het nog erger: we worden opengesneden zodat je ons hart ziet kloppen. Daarna worden onze lippen afgesneden en gaan we langzaam dood van de helse pijn en het bloedverlies. Wat kunnen mensen toch wreed zijn hè!

Duikers vinden we erg leuk. Omdat we zo nieuwsgierig zijn, komen we dicht bij de duikers en die vinden dat ook heel erg leuk.

 

Deze mooie bult op mijn hoofd ontstaat pas als ik bijna volwassen ben en dat duurt wel een jaar of drie tot vier.

Zie je hoe dicht duikers bij mij kunnen komen?

 

 

Foto´s Maikel Wagemans

 

Wij zijn keizerspinguïns

Tom wil heel graag de keizerspinguïns zien en gaat op expeditie naar Snow Hill island, een de weinige plekken in Antarctica waar de reusachtige keizerspinguïns voorkomen. Tom, wist je dat als pinguïns eenmaal hun partner hebben gekozen, zij voor de rest van hun leven bij elkaar blijven? Dat ze wel een meter groot worden, en dat de keizerspinguïn de grootste pinguïnsoort ter wereld is? En dat zowel de moeder en vader voor het ei zorgen dat ze aan het broeden zijn terwijl de ander voedsel zoekt?

Alleen weet hij niet dat ze in hun voortbestaan worden bedreigd en dat dit vooral door de mens komt. Tom zijn oog valt op een familie, moeder en vader en hun prachtige baby pinguïn. Hij vraagt aan de moeder wat is je naam en de naam van je kindje? De moeder pinguïn zegt “mijn naam is Sandy en haar naam is Liana”.

Foto’s Dos en Bertie Winkel

 

Liana kijkt hem grote lieve ogen aan maar hij ziet ook dat Sandy verdrietig lijkt. Waarom ben je verdrietig vraagt Tom. Sandy zegt dat zich grote zorgen maakt over de toekomst van Liana, van haar familie en de hele keizerspinguïnkolonie. Tom snapt niet waarom want hij ziet allemaal prachtige pinguins.  Sandy zegt “Het komt door verschillende oorzaken, zoals dat er minder voedsel beschikbaar is voor ons omdat het wordt weggevist door de mens, en dat door het steeds warmer wordende klimaat het ijs smelt en dus ons leefgebied verdwijnt”. De natuur is meer en meer uit balans wat vooral sinds het begin van de industriële revolutie (die ongeveer 100 jaar geleden begon) door de mens is veroorzaakt. Hierdoor worden steeds meer soorten planten en dieren bedreigd met uitsterven. Sandy: “Lang geleden waren we met hele grote aantallen maar de laatste jaren wordt onze familie, onze kolonie, steeds kleiner en kleiner”.
Maar ze zegt er is ook hoop want er zijn steeds meer mensen die de natuur een handje willen helpen met weer gezond te worden.

Na zijn expeditie gaat Tom naar huis. Verdrietig maar ook met een hoopvol gevoel. Tom hoopt echt dat het nog niet te laat is om het te veranderen en begint thuis mensen te vertellen dat we moeten stoppen met de planeet pijn te doen en uit balans te brengen. Doen jullie ook mee? Kijk op deze website wat je kunt doen.

ik ben een Zeekoe

Wij zijn geen kleine beestjes!  We worden gemakkelijk 450 tot 600 kilo zwaar (dat is meer dan een halve ton)  en we kunnen wel 4,5 meter lang worden.  We delen onze verre voorouders, met olifanten en toen die op het land bleven, doken wij het water in.

Een vrouwtjes zeekoe brengt om de twee tot vijf jaar een jong op de wereld. Deze heten ‘kalfjes’ en wegen bij de geboorte al zo’n 25 kilo en zijn meer dan een meter lang. Het kalf blijft twee jaar bij zijn moeder, om daarna de stap in de wijde wereld te zetten.

Onze Caribische en West-Afrikaanse neven en nichtjes leven op de grens tussen zout en zoet water. Zij voelen zich daarom even goed thuis in zout water als in zoet water. Heel bijzonder.

 

Verder is het super fijn dat er achteraan in onze mond nieuwe tanden groeien, die zich langzamerhand, naar voor verplaatsen. De oudste tanden vallen vanzelf uit de mond. Als dat bij de mens ook het geval was, hoefden jullie niet zo vaak naar de tandarts…!

 

Wat ook echt bijzonder aan mij is?  Ik heb een ruggenwervel minder. Namelijk zes in plaats van zeven. Net als (een??) luiaard. Geen ander zoogdier heeft dit.

 

 

Wij zijn planteneters, en eten vooral zeegras, algen en de bladeren van mangrovenbomen. De hoeveelheid voedsel die we elke dag opeten, is ongeveer een tiende van ons lichaamsgewicht. Dat kan per dag dus 40 tot 60 kilogram zijn. Een flinke maaltijd in elk geval!

 

 

In het verleden ontstonden er mythes dat we zeemeerminnen zijn!  Deze mythes werden verspreid door ontdekkingsreizigers, die de wereldzeeën verkenden en lang op een schip zaten en van de honger al scheel zagen.

Of duikers. Als ze ons van onderkant zien, is het nog niet helemaal zo’n gek idee, dat ze ons voor zeemeerminnen aanzagen, toch?

 

Vakantiegangers die aan de kust van Florida zeekoeien spotten, proberen soms een ritje te maken op een zeekoe. Niet doen!! De dieren zijn beschermd en ze aanraken is verboden!

 

 

Ik ben een Walvishaai

Hallo, ik ben een Walvishaai (wetenschappelijke naam = Rhincodon typas)

Omdat ik zo enorm groot ben – ik kan wel 18 meter lang worden – denken veel mensen aan, angst, hongerig, grote tanden, met een bloeddorstige blik. Maar wees niet bang, want ook al ben ik toch echt een haai, ik doe geen vlieg kwaad (haha), mijn voedsel haal ik voornamelijk uit fyto-& zoöplankton (dierlijk en plantaardig plankton) en daarnaast eet ik kleine vissen, die ik in een grote hap, naar binnen slok. Ook inktvis staat bij mij op het menu.

Foto van youtube.

Mijn familie en ik leven op veel plekken in de oceaan, vooral waar veel plankton voorkomt. Deze gebieden zijn vooral de Atlantische Oceaan en het Caraibisch gebied, de Zuid-Afrikaanse Kaap, de Indische Oceaan, het westen van Oceanië en de Stille Oceaan en langs de oostkust, van Azië. Met mijn 18 meter en gewicht tot 15.000 kilo ben ik de grootste vis die er bestaat. Ik kan zelfs ouder dan 100 jaar worden.

Als je zo groot wordt, als ik, heb je ook weinig vijanden en veel vrienden. Vrienden zwemmen vaak rond mijn lichaam, omdat zij ook profiteren, van mijn voedingsbron.

Wij leven samen en dat noem je “symbiose”.

Ook al heb ik veel vrienden en weinig vijanden, ben ik toch een bedreigde diersoort. Dat wil zeggen, dat er van mijn soort, nog maar weinig rondzwemmen.

Dit is voornamelijk te danken aan de mens (mijn grootste vijand), die nog vaak op mij jaagt, om mijn vlees en mijn vinnen. De mens vangt ook veel te veel vis, waardoor ik langer moet zoeken naar voedsel.

Soms komen soortgenoten vast te zitten in vissersnetten, waar ze niet meer uit kunnen komen.

Maar ik heb toch ook mensen als vrienden, die mij graag komen bezoeken, omdat ze mij zo mooi en groot vinden. Ik ben niet voor niets, de grootste vis op aarde. Groter dan een stadsbus.

De mensen komen naar mij met bootjes en gaan met mij zwemmen, dat proberen ze tenminste, want ik ben behoorlijk snel. Ik vind het allemaal wel best, want ik heb het behoorlijk druk, met eten en het zeven van mijn voedsel. Als je naar mij op zoek bent, kun je mij herkennen, aan mijn donkere en met witte, gespikkelde stippen en strepen op mijn huid.

Foto (foto Sien Boschma)

Ik heb een grote bek aan de voorkant van mijn kop en ik heb 300 rijen kleine tanden, in totaal 3000.

Voor de rest heb ik dus het lichaam van een grote haai.

De voortplanting bij ons walvishaaien gaat als volgt: de vrouwtjes dragen eitjes in hun buik en die komen uit in de buik, waarna ze als baby walvishaaitjes het lichaam van de moeder verlaten.

Dit gaat bij de meeste haaiensoorten anders, want die leggen hun eieren tussen zeewier en beschermd tussen stenen, zodat ze na enige tijd uit kunnen komen. Bij de walvishaai werkt dat dus anders, wij zijn – zoals dat zo mooi heet – levendbarend.

Zoals gewoonlijk bij haaien, zorgen we niet voor onze jongen en deze moeten dan ook, meteen voor zichzelf zorgen. De baby´s zijn zo’n 40 cm lang en een moeder walvishaai kan zo’n 300 jongen baren.

Nu weten jullie wat meer over mij.

Misschien kom ik je een keer tegen. ☺

Ik ben een spons

Je kent mij waarschijnlijk wel uit de badkamer, de keuken of misschien wel van Spongebob, maar wist je dat sponzen ook echte dieren zijn? Je kan ons bijna overal vinden: we komen voor in de zee, maar ook in zoetwater, zoals de grachten van Amsterdam. Verder vind je ons in koud en in warm water en soms wel duizenden meters diep! Sponzen bestaan al meer dan 600 miljoen (!) jaar en we zijn daarmee de oudste bekende diergroep op aarde. Er zijn al duizend verschillende soorten sponzen bekend en wetenschappers denken dat er nog veel meer sponssoorten te vinden zijn. Je vindt ons in allerlei verschillende vormen en kleuren. Soms groeien we in de vorm van een korst, soms lijken we meer op een gewei en soms lijken we meer op een grote vaas. Het is zelfs zo, dat één soort spons meerdere vormen en kleuren kan hebben! Ondanks dat wij geen hersenen, hart of andere organen hebben, kunnen wij sponzen wel heel erg oud worden, soms wel 200 jaar! We hebben ook geen mond, maar toch kunnen we ademen, door zuurstof uit water te filteren en piepkleine voedseldeeltjes, door gaatjes in ons lichaam te pompen. Deze manier van eten noemen we filteren. Een enkele spons kan wel een zwembad aan water per dag filteren. Een nog gekkere eigenschap is, dat wij onszelf opnieuw kunnen opbouwen, als wij in kleine stukjes

breken. Uit slechts één spons cel, kan zelfs weer een hele nieuwe spons groeien! Handig hè?

  

 

Hier zie je twee totaal verschillende sponzen (foto´s Dos Winkel)

En zo zien we eruit als je van heel dichtbij kijkt!