Ik ben een SERGEANT-MAJOORVIS

Omdat ik vijf donkere strepen op mijn lijfje heb, word ik sergeant-majoorvis genoemd. In het leger heeft een sergeant-majoor strepen op zijn schouder, ook al zien die er wel wat anders uit. Ik ben maar een kleine vis, ongeveer 15 cm lang, maar ik kan heel goed andere vissen en zelfs duikers bang maken.  Als mijn vrouwtje eitjes heeft gelegd op het koraalrif, of op een steen of betonblok, dan ga ik voor mijn vrouwtje de eitjes bewaken. Wee je gebeente wie bij mij in de buurt komt. Ik val alles en iedereen aan. Zelf vind ik het heel grappig wanneer grotere vissen komen die onze prachtig gekleurde eitjes willen opeten. Ik doe dan mijn mond wijd open en zwem als een speer op die vis af. Die schrikt zich dan een rotje en zwemt gauw weg. Nog leuker is als duikers van mij schrikken

Ik behoor tot de familie van de koraaljuffertjes. Net als veel andere vissen die op het koraalrif leven,  kan ik heel snel van kleur veranderen. Als ik de eitjes moet bewaken, word ik donkerblauw en zijn mijn strepen nauwelijks nog zichtbaar. Kijk maar naar de foto, waarop ik heel donker ben en op het punt sta om de onderwaterfotograaf Dos Winkel bang te maken. Hij had mij echter door en was helemaal niet bang en maakte gewoon deze foto van mij! Daar had ik dus niet veel lol van.  Als ik geen eitjes hoef te bewaken, zwem ik meestal in een groep soortgenoten en vang ik hele kleine diertjes en algjes die ik het water zweven.

Ik ben een BLADZEEDRAAKJE

Vorige maand heb je al iets over zeedraakjes gelezen. Ik ben zo´n zeedraakje! Wij zijn de grootste soorten van de zeepaardjesfamilie. We kunnen wel 45 centimeter lang worden. Anders dan de meeste soorten zeepaardjes, leven wij niet op het koraalrif, maar op plantenriffen. Deze plantenriffen bestaan uit wel 2000 soorten zeewier en je vind ze alleen in het zuiden van Australië.
Het bijzondere van ons is, dat onze mannetjes geen buideltje hebben zoals de “gewone” zeepaardjes, maar dat onze vrouwtjes hun eitjes tegen de voorkant van de staart van onze mannetjes “plakken”. Als mannetje maken we een soort lijm aan, waardoor de eitjes aan onze staart vast blijven zitten. Omdat veel vissen die eitjes wel lekker vinden, laten we algjes op de eitjes groeien, waardoor ze bijna onzichtbaar worden. Op de foto kun je dat goed zien.

Zeedraakjes leven tussen het zeewier omdat ze dan goed beschermd zijn, want ze vallen daar nauwelijks op omdat ze heel goed gecamoufleerd zijn met allerlei bladvormige aanhangsels op hun lichaam en hoofd. Hierdoor lijken ze heel veel op zeewier.

Helaas zijn we met uitsterven bedreigd, omdat mensen in China denken, dat als je ons dood maakt, droogt en tot poeder vermaalt, het een medicijn is tegen allerlei ziekten. Wetenschappers hebben dit gelukkig onderzocht en aangetoond dat dit poeder helemaal nergens goed voor is!

Ik ben een Langsnuit zeepaardje

Ik ben een langsnuitzeepaardje en ben een van de ruim 40 soorten zeepaardjes die er in de oceaan leven. Sommige van ons zijn heel klein, net een centimeter, en andere kunnen wel 15 centimeter groot worden. Zeedraakjes zijn ook familie van ons, maar die kunnen véél groter worden, wel 45 centimeter. Omdat mijn hoofdje met een beetje fantasie op een paardenhoofd lijkt, hebben de mensen ons ooit “zeepaardje” genoemd. Toch zijn wij echte vissen, ook al zwemmen we niet zo snel en zijn we vaak rechtop in het water te vinden. Dus anders dan de meeste vissen.

We hebben geen boven- en onderkaak, zoals de meeste vissen en kunnen daarom onze mond niet open doen. Wel kunnen we onze lippen ver uit elkaar doen om ons voedsel naar binnen zuigen. We eten piepkleine diertjes die in het zeewater zweven. Misschien is het wonderlijkste aan ons zeepaardjes, dat de mannetjes een buideltje hebben, net als een kangoeroe. Het vrouwtje legt haar eitjes in de buidel van het mannetje en hij bevrucht ze met zijn zaadjes. Daarna gaat het buideltje dicht en groeien de zeepaardenbaby´s in de baarvader! Tegen de tijd dat de baby´s groot genoeg zijn om de grote wijde zee in te trekken, laat het mannetje eerst een beetje zeewater binnen, zodat de kleintjes alvast kunnen wennen. Daarna zwemmen ze één voor één de baarvader uit.

Kijk voor meer informatie en een filmpje hiervan op https://seafirstkids.nl/info-hoek/vreemde-visfeitjes/

ik ben een GROENE ZEESCHILDPAD

Ik ben een soepschildpad, eigenlijk wel een gekke naam vind ik. Vroeger vingen mensen mijn soort om soep van te maken maar gelukkig mag dat niet meer nu. Helaas gebeurt dat af en toe nog wel en zijn er niet veel schildpadden meer over om mijn vriendjes te worden. Ik noem mijzelf liever de groene zeeschildpad, alhoewel ik er af en toe naast groen ook een beetje bruin uit zie.

 

Het allerlekkerste om te eten vind ik gras. Nee, niet gras dat jullie als mensen op land hebben maar gras dat onder water groeit: zeegras. Af en toe vind ik het wel een beetje spannend om te grazen, omdat er ook haaien zwemmen die mij wel een lekker maaltje vinden. Ook moet ik niet vergeten om af en toe naar de oppervlakte te zwemmen want ik moet net als jullie gewoon lucht ademen!

 

Ik woon in tropische gebieden want ik kan niet mijn eigen temperatuur regelen. Ik ben dus afhankelijk van de temperatuur in het water, of op het land, net zoals veel andere reptielen. Een veel grotere schildpad dan ik is daarop een uitzondering. De lederschildpad heeft een paar slimme manieren bedacht om zijn eigen temperatuur te regelen en kan daarom in veel kouder water opzoek gaan naar eten dan ik kan. Stiekem ben ik daar wel een beetje jaloers op maar ik lust toch geen kwallen dus ik hoef eigenlijk ook niet naar de koudere wateren te gaan! Als vrouwtje ga ik liever af en toe terug naar hetzelfde strand om mijn eitjes te leggen in het zand. Daarna hoef ik niets meer te doen, de eitjes komen vanzelf uit en mijn kinderen kunnen dan zelf opzoek naar eten in de zee, lekker makkelijk.

 

Ik ben een ZEESTER

Ik heb vijf armen, loop met zuignapjes en woon gewoon in jullie Noordzee, rara wat ben ik? Ik ben een zeester! Als je mij ziet liggen op het strand ben ik vaak aangespoeld door een harde wind. Ik woon namelijk graag in het water opzoek naar eten. Mijn mond zit aan de onderkant naast al mijn vele zuignapvoetjes waarmee ik over de zeebodem of rotsen loop.

Ik eet heerlijke hapjes zoals mossels en andere schelpdieren, maar ik denk dat jullie het een beetje onsmakelijk vinden hoe ik eet… Ik gooi namelijk mijn maag uit mijn lichaam om te eten! Eerst zorg ik dat ik bij mij prooi kan en er geen schelp meer in de weg zit. Daarvoor gebruik ik mijn vijf armen met sterke zuignapjes, daarmee kan ik heel hard trekken en zelfs mosselen openen! Dan gooi ik mijn maag om mijn eten heen en verteer ik de prooi buiten mijn lichaam. Als ik genoeg gegeten heb, neem ik mijn maag weer terug en loop ik verder. Ja, een beetje gek vind ik dit zelf ook wel. Sommige wetenschappers zeggen ook wel dat ik mijn maag weg kan doen en een nieuwe kan aangroeien als ik iets verkeerds heb gegeten, net als een slang dat kan. Zelf heb ik dat nog niet mee gemaakt.

Ik heb geen brein en ook geen bloed maar kan wel tot 10 jaar oud worden! Ik heb wel zenuwen door mijn armen lopen die bepalen wat ik doe en waar ik naartoe ga. Soms gebeurt het wel eens dat iemand te hard aan mijn arm trekt, dan scheurt die eraf. Dit is natuurlijk niet fijn maar gelukkig heb ik de superkracht om dan weer een nieuwe arm aan te groeien, hoe cool is dat?!

Ik ben een Mandarijnpitvis

Hallo! Ik ben een blauwe mandarijnpitvis. Ik leef in het westen van de Grote Oceaan en het oosten van de Indische Oceaan, tussen Zuid-Japan en Zuid-Australië. Je moet wel goed zoeken om me te vinden, want ik ben maar 6 cm lang en zit vaak verstopt tussen stenen of dood koraal op de zandbodem. Als mannetje heb ik een puntvin op mijn rug. Ook heb ik twee lange buikvinnen waarmee ik over de zeebodem kan wandelen! Mijn kop is groen en mijn ogen zijn rood met een zwarte pupil.

Ik leef met mijn familie en vrienden in kleine groepjes tussen het koraal, vlak boven de zeebodem. Daar zoeken we naar voedsel zoals borstelwormpjes, viseitjes, slakken, vlokreeftjes en mosselkreeftjes. Ze noemen ons mandarijnpitvissen omdat we bij de pitvisfamilie horen, en omdat onze huid net zo mooi gekleurd is als de prachtige kleren die Chinese Mandarijnen (mensen die voor de staat werkten) vroeger droegen! Blauwe mandarijnpitvissen en psychedelische mandarijnpitvissen zijn de enige vissen die pigment en licht weerkaatsende cellen in de huid hebben en er daarom heel kleurig uitzien. Die kleuren zorgen dat we minder opvallen in onze omgeving. Op mijn felgekleurde huid zit ook een giftig, stinkend slijm dat erg vies smaakt voor roofdieren, zo zullen ze me niet opeten!

Wist je dat mandarijnvissen heel romantisch zijn? Als we een vrouwtje willen versieren gaan we eerst uitgebreid met ze dansen! Ik ben daar heel goed in, al zeg ik het zelf 🙂 Ik moet ook wel m’n best doen want er zijn maar weinig vrouwtjes en veel mannetjes. Wel moet ik oppassen voor de koraalduivel, die onderstussen stil op de loer ligt.
In dit filmpje kun je een stukje zien van zo’n paringdans. Dat ben ik in de disco! https://duikeninbeeld.tv/parende-mandarijn-visjes/
Maar het meest moet ik oppassen voor jullie mensen! Ieder jaar worden er 40 miljoen vissen uit hun woongebied gehaald om verkocht te worden aan mensen die ze in een aquarium stoppen. Mandarijnpitvissen zijn heel populair. Maar vang mij alsjeblieft niet: in een aquarium leef ik vaak maar kort, terwijl ik in de zee soms wel tien of twintig jaar kan worden!

Dos Winkel maakte deze bijzondere foto in de Lembeh Strait, een smalle zee”straat” in het uiterste noordoosten van het Indonesische eiland Sulawesi.

Ik ben een KOFFERVISJE

Ik ben een koffervisje – ik denk dat ik zo genoemd wordt omdat ik nogal hoekig van vorm ben. En net als koffers ben ik er in allerlei kleuren en maten.

Er zijn meer dan 100 soorten van ons. Koffervissen zijn familie van de kogelvissen en sommige van ons zijn ook giftig. We hebben geen schubben en wat heel bijzonder is voor vissen, we hebben geen buikvinnen. Ik kan namelijk niet zo heel goed zwemme. Maar als het moet kan ik ineens een sprintje maken en even heel snel zijn. Ook kan ik goed ineens van richting veranderen en ik kan zelfs achteruit zwemmen. Dat kunnen de meeste vissen niet!

We zijn niet zo groot, maar er is een soort die wel een halve meter lang kan worden! En we lijken een beetje op kameleonnen: we kunnen van kleur veranderen én we kunnen onze ogen apart van elkaar bewegen.

We hebben maar vier tandjes, twee boven en twee van onderen waarmee we schelpdiertjes kunnen eten. We knabbelen ook van koraal en van algen die op rotsen groeit. Soms eten we wormpjes en kleine visjes die op de bodem van de zee leven.

Wist je dat sommige van ons met uitsterven bedreigd worden? De Chinese koffervis bijvoorbeeld: hun aantal is in de laatste 40 jaar met 99% afgenomen. Deze soort is namelijk een delicatesse in Japan, China en Korea – ze eten ze allemaal op. Sommige soorten worden met uitsterven bedreigd omdat het slecht gaat met de koraalriffen waar ze leven.

Ik ben een Vaquita

Ik ben een vaquita, een Californische bruinvis en één van de allerkleinste walvisachtigen die er bestaan! Ik ben ongeveer 1m30 lang en weeg zo’n 40 kilo. Wel heb ik een grote rugvin, net als een haai. Mijn familie en vrienden leven maar op één plek op de wereld, in de ondiepe kustwateren van de Golf van California (Mexico).

Ik ben een zoogdier en moet af en toe naar boven zwemmen om lucht te happen.
Vroeger werd hier door mensen veel op garnalen gevist. Veel vaquita’s verdronken daarbij omdat ze verstrikt raakten in de visnetten en niet meer naar boven konden voor lucht. In 1993 is mijn leefgebied gelukkig een biosfeer-reservaat geworden en mag er niet zoveel meer worden gevist. Toch zijn we nog steeds in gevaar. De afgelopen 3 jaar zijn we meer dan de helft van onze familie kwijt geraakt. We zijn nog maar met 60 vaquita’s. Er worden nog steeds visnetten gevonden in ons gebied. De zeldzame Totoaba-vis zwemt hier ook in China maken ze daar graag medicijnen van, die niet eens werken. Maar als we niet beschermd worden kunnen we volgend jaar uitgestorven zijn!

Natuurorganisites proberen vissers over te halen om andere visnetten te gebruiken die wij beter kunnen “zien”. Deze netten weerkaatsen onze dolfijngeluiden zodat we weten waar ze zijn en er niet in zwemmen. De oude visnetten moeten dan verboden worden. Maar het beste zou natuurlijk zijn als er helemaal niet meer in onze buurt gevist werd. Teken deze petitite om ons te redden!

ik ben een STEENVIS

Nee ik ben echt geen steen… ik ben een levend wezen. Alhoewel ik meer lijk op een steen of een stuk rots dan op een vis. Wij zijn heel goed gecamoufleerd.Je ziet ons bijna niet op de bodem van de zee tussen echte stenen. Steenvissen zijn familie van de schorpioenvissen. En we zijn allemaal giftig! We hebben stekels op onze rug, waarmee we je kunnen prikken en een gif inspuiten. Als je in een tropische land gaat zwemmen en je loopt het water in, moet je eigenlijk altijd waterschoentjes aan.

Een steenvis zal NOOIT iemand aanvallen, maar als je mij per ongeluk aanraakt, of erger nog, op mij trapt, dan zal ik mij zich verdedigen. Als je in aanraking komt met het gif van een steenvis – of een schorpioenvis, kun je het beste snel in een heel warm bad gaan. Warmte neutraliseert het gif.

Ik wil jou niet opeten, ik ben niet zo groot. Ik eet kleine visjes en garnalen van de bodem. Als deze nietsvermodend langslopen open ik langzaam zijn mond en zuig ik de voorbijganger razendsnel naar binnen. Dat gaat sneller dan jij met je ogen kunt knipperen. Steenvissen kunnen niet erg snel zwemmen maar we kunnen wel een dag buiten water blijven leven. Wist je dat wij ook water kunnen spugen?

Ook wij worden gegeten voor de sushi… raar eigenlijk, toch?

Lees hier meer over mij.

Ik ben een Melibe Viridis – zeeslak

Ik ben de zeeslak Melibe Viridis. Tijdens een duik voor de kust van Bali, Mozambique, Indonesie en in de Rode Zee kun je mij tegenkomen, als je heel goed zoekt! Want nog niet veel mensen hebben mij gezien. Ik heb 13 poten en kan zo’n 14 centimeter lang worden.

Wat vind je van mijn hoofd? Ik kan het opblazen! Zo eet ik en slurp ik kleine zeediertjes en algen van de zeebodem.  Op mijn bek zitten kleine haartjes. Wanneer de haartjes een prooi voelen sluit mijn bek zich vanzelf en wordt mijn hoofd weer klein. Ik kan slecht zien en doe daarom alles op de tast. Zwemmen kan ik wel heel goed: ondersteboven, van links naar rechts en van voor naar achter.

Kijk hier een filmpje van mij.

In totaal zijn er wel 3000 verschillende soorten zeeslakken, in allerlei soorten en maten. De allergrootste zeeslak ter wereld is mijn vriend de zwarte zeehaas,
ook wel bekend als Aplysia Vaccaria, die voor de westkust van de Verenigde Staten leeft. Hij is zo’n 40 centimeter lang en weegt 6 kilo.
Wat een dikzak hè?