Ik ben een Vaquita

Ik ben een vaquita, een Californische bruinvis en één van de allerkleinste walvisachtigen die er bestaan! Ik ben ongeveer 1m30 lang en weeg zo’n 40 kilo. Wel heb ik een grote rugvin, net als een haai. Mijn familie en vrienden leven maar op één plek op de wereld, in de ondiepe kustwateren van de Golf van California (Mexico).

Ik ben een zoogdier en moet af en toe naar boven zwemmen om lucht te happen.
Vroeger werd hier door mensen veel op garnalen gevist. Veel vaquita’s verdronken daarbij omdat ze verstrikt raakten in de visnetten en niet meer naar boven konden voor lucht. In 1993 is mijn leefgebied gelukkig een biosfeer-reservaat geworden en mag er niet zoveel meer worden gevist. Toch zijn we nog steeds in gevaar. De afgelopen 3 jaar zijn we meer dan de helft van onze familie kwijt geraakt. We zijn nog maar met 60 vaquita’s. Er worden nog steeds visnetten gevonden in ons gebied. De zeldzame Totoaba-vis zwemt hier ook in China maken ze daar graag medicijnen van, die niet eens werken. Maar als we niet beschermd worden kunnen we volgend jaar uitgestorven zijn!

Natuurorganisites proberen vissers over te halen om andere visnetten te gebruiken die wij beter kunnen “zien”. Deze netten weerkaatsen onze dolfijngeluiden zodat we weten waar ze zijn en er niet in zwemmen. De oude visnetten moeten dan verboden worden. Maar het beste zou natuurlijk zijn als er helemaal niet meer in onze buurt gevist werd. Teken deze petitite om ons te redden!

ik ben een STEENVIS

Nee ik ben echt geen steen… ik ben een levend wezen. Alhoewel ik meer lijk op een steen of een stuk rots dan op een vis. Wij zijn heel goed gecamoufleerd.Je ziet ons bijna niet op de bodem van de zee tussen echte stenen. Steenvissen zijn familie van de schorpioenvissen. En we zijn allemaal giftig! We hebben stekels op onze rug, waarmee we je kunnen prikken en een gif inspuiten. Als je in een tropische land gaat zwemmen en je loopt het water in, moet je eigenlijk altijd waterschoentjes aan.

Een steenvis zal NOOIT iemand aanvallen, maar als je mij per ongeluk aanraakt, of erger nog, op mij trapt, dan zal ik mij zich verdedigen. Als je in aanraking komt met het gif van een steenvis – of een schorpioenvis, kun je het beste snel in een heel warm bad gaan. Warmte neutraliseert het gif.

Ik wil jou niet opeten, ik ben niet zo groot. Ik eet kleine visjes en garnalen van de bodem. Als deze nietsvermodend langslopen open ik langzaam zijn mond en zuig ik de voorbijganger razendsnel naar binnen. Dat gaat sneller dan jij met je ogen kunt knipperen. Steenvissen kunnen niet erg snel zwemmen maar we kunnen wel een dag buiten water blijven leven. Wist je dat wij ook water kunnen spugen?

Ook wij worden gegeten voor de sushi… raar eigenlijk, toch?

Lees hier meer over mij.

Ik ben een Melibe Viridis – zeeslak

Ik ben de zeeslak Melibe Viridis. Tijdens een duik voor de kust van Bali, Mozambique, Indonesie en in de Rode Zee kun je mij tegenkomen, als je heel goed zoekt! Want nog niet veel mensen hebben mij gezien. Ik heb 13 poten en kan zo’n 14 centimeter lang worden.

Wat vind je van mijn hoofd? Ik kan het opblazen! Zo eet ik en slurp ik kleine zeediertjes en algen van de zeebodem.  Op mijn bek zitten kleine haartjes. Wanneer de haartjes een prooi voelen sluit mijn bek zich vanzelf en wordt mijn hoofd weer klein. Ik kan slecht zien en doe daarom alles op de tast. Zwemmen kan ik wel heel goed: ondersteboven, van links naar rechts en van voor naar achter.

Kijk hier een filmpje van mij.

In totaal zijn er wel 3000 verschillende soorten zeeslakken, in allerlei soorten en maten. De allergrootste zeeslak ter wereld is mijn vriend de zwarte zeehaas,
ook wel bekend als Aplysia Vaccaria, die voor de westkust van de Verenigde Staten leeft. Hij is zo’n 40 centimeter lang en weegt 6 kilo.
Wat een dikzak hè?