Ik ben een zeekoe – de GVR (de Grote Vriendelijke Reus)

Van mij bestaan er vier soorten: 3 soorten die lamantijnen heten en een soort die de doejong heet. Het grootste verschil zit in de staart.

Een andere naam voor lamantijn is manatee. De vertaling van doejong (zo heet ik in het Maleisisch) is letterlijk zeemeermin.

Als manatee woon ik in het Caribisch gebied, het Amazonegebied en in en rond Florida.

Als doejong woon ik in andere warme delen van de oceanen dan de manatee, namelijk langs de Afrikaanse kust van Egypte tot aan Madagascar, langs de Aziatische kusten van onder meer Sri Lanka, India, Indonesië, Japan en China tot op het Great Barrier Reef in Australië.

Makkelijker gezegd: Ik woon eigenlijk op alle plekken waar grote zeegrasvelden liggen onder water. Ik ben namelijk vegan, een echte planteneter. Dus ik ben dol op zeegras, maar lust ook andere waterplanten. Daar graas ik van, als een koe, vandaar die naam zeekoe. Ik vind waterplanten soms op de tast met mijn snorharen als het water troebel is. Tussen het grazen door zwem ik af en toe naar boven om lucht te happen want ik heb als zoogdier longen en geen kieuwen.

Verder ben ik

  • het enige zeezoogdier dat alleen planten eet en geen vis
  • een goedmoedige, zachtaardige lobbes en een verre neef van de olifant
  • niet gevaarlijk, ik bijt niet en blijf soms even hangen als je me bezoekt. Tja, ik ben nieuwsgierig van aard. Of gewoon te langzaam om weg te zwemmen. Want ik houd niet van teveel drukte van toeristen om me heen
  • een paar honderd kilo zwaar
  • in staat om ongeveer 75 jaar oud te worden
  • een zeezoogdier, maar ik kan ook in zoet water voorkomen
  • een koukleum, voor koud water moet je mij niet bellen
  • Een bewoner van ondiep water waar voldoende zonlicht is om waterplanten te doen groeien.

Triest nieuwsbericht

Heb je het verdrietige nieuws gelezen afgelopen maand? Ik ben door wetenschappers nu officieel als uitgestorven verklaard in China. Onze zeegrasvelden zijn in de zeeën rond China vernietigd.

Chinezen die aan zee wonen, hebben me al jaren niet meer gezien. Ik ben niet meer levensvatbaar daar. Triest he?

Dit verlies in China is een waarschuwing voor de rest van de wereld: vernietig de zeegrasvelden niet en wees heel zuinig op de doejong.

Zeegrasvelden verdwijnen door

  • stormen, droogte die vaker voorkomen door klimaatverandering
  • lozingen van stikstof en andere meststoffen,
  • weghalen door vakantieresorts die liever geen ‘vieze plantjes’ in de zee voor hun hotels willen,
  • vissers die de bodem afschrapen om vis te vangen en daarbij het zeegras kapotschrapen.

 

Auw…

Maar pas ook op met boten. De schroef van de boot komt in botsing met mij, ik zwem niet snel genoeg om de boot te kunnen ontwijken en ik hoor de boot ook niet aankomen. Zo raak ik gewond. Daarom is er in sommige plekken in het Caribisch gebied een verbod voor motorboten.

Als je echt fan bent van mij, kun je me adopteren en daarmee mijn bescherming steunen met geld. Dat adopteren gebeurt vooral in Florida.

Ik ben een salmo salar

Ik heet Salmo salar (klinkt een beetje als de naam van een rap artiest)

Ik ben een salmo salar, een Atlantische wilde zalm. De zalm die de mensen eten, is tegenwoordig meestal zalm die in gevangenschap wordt gekweekt. Maar ik vertel je over mij als vrije zalm.

Mijn kindertijd in de rivier

Mijn leven begint als eitje in de beken en rivieren van Noord Europa en Noord Amerika. Maar ik word groot en sterk op de Noord Atlantische Oceaan en de noordelijke zeeën waar veel voedsel zit.

In de wintermaanden graaft mijn moeder geulen in de kiezelbodems van de stromende beken en rivieren ver landinwaarts. Daarin legt ze mij met mijn broertjes en zusjes als duizenden eitjes. Mijn vader jaagt intussen indringers weg. Daarna bevrucht hij de eitjes en mama graaft daarna de geulen dicht. Zo zijn we beschermd.

In het voorjaar kom ik als klein visje uit het ei met een dooierzak aan mijn lijfje. Dit is eigenlijk een soort rugzakje met eten. Onder het grind eet ik hiervan. Na 4-5 weken is mijn eten op en kruip ik tussen de kiezelsteentjes omhoog en moet ik gelijk zwemmen. Ik ga plankton en kleine kreeftjes, kevertjes, slakjes, wormpjes en zo eten.

Ik ga uit huis

Een paar jaar later ben ik groter en krijg ik het rond de maand mei te pakken, samen met duizenden andere zalmen. We trekken dan vanuit de beken en rivieren met de stroom mee op een spannende reis richting de oceaan. Van rivierwater naar zout zeewater kan ik, omdat ik het zout kan filteren uit het oceaanwater. Onderweg kom ik veel gevaren tegen: roofvogels, zeehonden, dolfijnen, orka’s, vissers, dammen, sluizen, waterkrachtcentrales, stuwen en stroomversnellingen. Ook via de Nederlandse Rijn en Maas zwem ik vanuit Duitsland naar zee.

Mijn leven in zee

Op zee ga ik naar mijn voedselgronden om mij groot en sterk te eten met veel vis en kreeftachtigen. Ik word meer dan 10 x zo zwaar. Ik kan dan 18 kilo worden of soms nog wel veel zwaarder. Op zee breng ik het grootste deel van mijn leven door.

Terug naar huis en kinderen krijgen

Als ik dan na ongeveer 5 jaar groot ben en voldoende vet heb, ga ik weer terug naar de plek waar ik ter wereld kwam boven in de rivier, om daar hetzelfde als mijn ouders te doen: een partner vinden en babyzalmpjes op de wereld zetten.

Dit noemen ze ‘homing’ van het engelse woord ‘home’ voor thuis.

Na de voortplanting zit mijn mooie leven erop en sterf ik. Maar een klein aantal zalmen keert terug naar zee.

Gevaarlijke reis

Het is een uitputtingsslag: tijdens mijn reis in de rivier eet ik niet meer, maar gebruik ik mijn vet dat ik op zee heb gekregen. Voordat ik mijn geboortegrond bereik, kom ik weer dezelfde gevaren tegen: ik moet tegen watervallen opspringen, dammen en stuwen en stroomversnellingen en smalle doorgangen voorbijkomen en niet in handen vallen van roofdieren zoals beren en roofvogels. En ik moet me weer aanpassen aan rivierwater in plaats van zout oceaanwater. Ik ben beroemd om mijn geweldige zwemvaardigheid en springcapaciteiten, tot wel 1,5 meter boven water.

Zonder navigatie app op mijn bestemming

Ik weet precies de plek waar ik geboren ben tot op centimeters terug te vinden na een reis van honderden kilometers door de oceaan en de rivieren, tegen de stroom in. Wetenschappers weten nog steeds niet helemaal hoe ik dit voor elkaar krijg. Ik heb geen google maps navigatie. Men denkt aan de sterren, zeestromingen, ijzerdeeltjes in mijn hersenen en eenmaal in de rivier aan geur of de chemie van het water ter plekke.

Bijna uitgestorven

In de tijd van jouw opa en oma werd er te veel op mij gevist en kwam ik steeds meer door de mens gemaakte obstakels op de rivier tegen en werd mijn huis onbereikbaar en het water vervuild. Zo erg dat er steeds minder zalm terugkeerde naar ‘huis’. Ik stierf op veel plekken uit.

Nu proberen de mensen de rivieren weer toegankelijker te maken met vispassages, het openzetten van de Deltawerken in Zeeland, schoner rivierwater, meer kiezelbodems en het uitzetten van jonge zalmpjes en keer ik met moeite een beetje terug. Andere landen in Europa halen zelfs de dammen weer weg. Zie Dam Removal Europe. Onze voordeur is al op een kier gezet bij de Haringvlietsluizen. En niet alleen voor mij, maar ook voor vissen als de steur, de paling, de haring en nog wel tien andere soorten. Wil je weten wanneer wij reizen? Zoek maar eens op internet naar de vismigratiekalender. En wil je meer weten over mijn welzijn? Vraag dan aan de juf of meester of ze het lespakket over dierenwelzijn van Sea First willen aanschaffen op school.

 

Tekst: Anja Dijkstra, Sea First vrijwilliger.

 

Bronnen:

JW.org

RAVON.nl

reizenlangsrivieren.nl

blijevis.nl

bnnvara.nl

wnf.nl

Ik ben een roeipootkreeft

Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd

Dat zeggen onze ouders en opa’s en oma’s wel eens. En dat slaat heel goed op mij. Ik ben een roeipootkreeftje. Niet te zien met het blote oog (met of zonder bril), wel met een vergrootglas.

Ik heb één oog, geen hart en zes poten. Met vier daarvan roei ik met Olympische snelheid door het water. Op zoek naar mijn prooi of op de vlucht voor datgene wat mij als prooi ziet. Ik roei 12 keer mijn lengte per seconde. En alle oceanen zijn mijn thuis.

Ik behoor tot het plankton. Maar daarvan bestaan er vele soorten in zee.

Er bestaat dierlijk plankton, dat heet zoöplankton of planktondiertjes. Daar hoor ik bij.

Daarnaast bestaat er ook nog mycoplankton, dat zijn schimmels. En dan heb je plantaardig plankton, dat heet fytoplankton of planktonplantjes.

Dat fytoplankton maakt meer dan de helft van alle geproduceerde zuurstof in de wereld. Door fotosynthese. Heb je dat al geleerd bij biologie? Fotosynthese is dat planten met koolstof, zonlicht en water zichzelf voeden en groeien en daarbij zuurstof maken. Dat kunnen jullie weer inademen.

Maar ikzelf ben dus zoöplankton. Ik éét fytoplankton. Sorry, het maakt jouw zuurstof. Maar van dat fytoplankton is er na mijn lunch nog wel meer dan genoeg over voor jouw zuurstof.

Fytoplankton, de planktonplantjes, zijn heel belangrijk voor jouw zuurstof maar staan ook op de menukaart van heel veel planktondiertjes.

Veel vissen in de oceaan eten vooral…mij. Dat maakt mij belangrijker dan je denkt. Ik ben het hoofdmaal van babyvisjes, zeevogels maar ook van veel grote walvissen, sponzen, haring, kwallen, zeesterren, zeepaardjes, wormen, inktvissen, mosselen, kreeften en krabben. Voor de blauwe vinvis, het grootste dier op de wereld, ben ik ook een welkome hap.

Ik speel dus een belangrijke hoofdrol in de voedselketen. Er zijn meer dan 13.000 soorten roeipootkreeftjes, waarvan er ongeveer 10.000 in zout water leven. Maar liefst 3 op de 4 planktondiertjes in het noorden van de Atlantische oceaan zijn roeipootkreeften. Een deel ervan leeft in of op andere dieren, maar een ander deel leeft vrij in het water. Dat is dus een uitgebreide menukaart.

 

Even terug naar het fytoplankton en de voedselketen:

Het fytoplankton, de planktonplantjes, staan aan het begin van de voedselketen waar ik in zit. Het wordt ook wel het gras van de zee genoemd. Ik vergelijk mij niet met een koe, maar ik graas dit ‘gras’ wel. Ik kan ruim 300.000 fytoplanktonplantjes per dag eten en moet daarvoor elke dag ongeveer een miljoen keer mijn lichaamsvolume aan water filteren om mijn honger te stillen.

Op mijn beurt word ik gegeten door kleinere vissen. Kleine vissen worden gegeten door de grotere roofvissen. En die roofvissen worden dan weer gegeten door bijvoorbeeld zeehonden, dolfijnen en mensen. Deze staan bovenaan de voedselketen.

Het begint dus met fytoplankton omdat dit plantjes zijn, die als enige in staat zijn van alle wezens op aarde, om met zonlicht voedsel en dus energie te maken. Die energie wordt steeds doorgegeven in de voedselketen tot en met de zeehond. Maar het voedsel zoeken, zwemmen, voortplanten en nog meer, kost ook energie. Maar 1/10 van de doorgegeven energie gaat naar de groei van elk dier in de keten. Er is dus heel veel plankton nodig om vis en dieren te laten groeien. Zoiets als miljoenen planktonplantjes zijn nodig voor tienduizenden roeipootkreeftjes, die weer nodig zijn voor honderden vissen, voor tientallen grotere vissen en voor één zeehond.

In gewicht stelt een planktonplantje niet veel voor, maar alle planktonplantjes samen vormen wel de grootste plantaardige massa op aarde. Alleen zij, naast de landplanten, kunnen energie en voedingsstoffen en bovendien meer dan de helft van alle zuurstof maken. Veel leven in de oceaan, kan dus niet zonder plankton.

Ik ben in mijn eentje ook niet zo’n zwaargewicht, maar wij roeipootkreeften zijn de belangrijkste groep van het dierlijk plankton in zee. De geschatte hoeveelheid roeipootkreeftjes die in alle wereldzeeën bij elkaar leven is  1.000.000.000.000.000.000! Uh, 1 miljard miljard? Sommige wetenschappers zeggen dat we de grootste dierlijke massa op aarde vormen.

Wij zijn de belangrijkste schakel in de keten tussen planktonplantjes en grotere zeedieren, want wij geven de energie en voedingsstoffen van het fytoplankton door aan de rest van de bewoners van de oceaan. Denk dus niet dat omdat wij klein zijn, ook wel niet belangrijk zullen zijn. Wie het kleine niet respecteert…. Zie me maar als een grote kleine vriend.

 

31 juli is de ‘Internationale Roeipootkreeft Dag’, hashtag #InternationalCopepodDay op sociale mediaplatforms, waaronder Facebook, Twitter en Instagram.

 

Tekst Anja Dijkstra, Sea First vrijwilliger

Vuurvliegjes van de zee; zeevonk, wier met een ‘inbraakalarm’

Wel eens van het noorderlicht gehoord? Dat is een fenomeen dat zich in de lucht afspeelt in de winter. En van de bekende vuurvliegjes in de zomer kunnen we ook een mooi, lichtgevend toneelstuk waarnemen, maar dan in de zee. En dat komt allemaal door een klein wezentje: zeevonk.

In de zomer in de nacht op het strand zou je het nog wel eens kunnen zien: sprookjesachtig, lichtgevend blauw schuim op de brekende golven, lichtgevende voetafdrukken in het zand in de branding. En als je onder water zou zwemmen, zou het lijken alsof je een hemel vol met sterren ziet. Eén zeevonk geeft een lichtflits maar in een groep vormt het een grote blauwe gloed.

Vroeger heette zeevonk in het latijn Noctiluca miliaris ofwel duizend nachtlichtjes. Tegenwoordig heet het flitsend nachtlichtje in het latijn. Het is eigenlijk geen algje en geen diertje.

Het licht dat zeevonk uitstraalt heet met een moeilijk woord bioluminescentie. Het komt onder andere door het stofje luciferine (denk aan een lucifer) in zeevonk.

Zeevonk geeft licht om roofdieren af te schrikken. Wordt er aan zijn lijf geknabbeld, dan geeft hij licht af. Als een soort inbraakalarm. De rover schrikt en staat direct zelf in de spotlights. Dat is niet veilig voor deze rover, want zo wordt hij zelf zichtbaar voor hongerige vissen en loopt grote kans om opgegeten te worden. Handig voor de zeevonk, want die is van zijn aanvaller af. Slim!

Het wezentje ziet eruit als een piepklein, doorzichtig ballonnetje met een staartje, iets kleiner dan een speldeknop. De zeevonk is een slechte zwemmer, maar is lichter dan water, dus drijft hij en wordt door het bewegende water naar beneden getrokken. Onderweg naar boven komt het van alles aan eten tegen (larven, algen, visseneitjes) en werkt dit naar binnen. Een soort lopend buffet zeg maar, maar dan zwemmend. Beweegt het water (zoals bij stroming en golven) dan zorgt dit er weer voor dat zeevonk licht uitstraalt.

Wat een luizenleven! Al zwevend in het water je eten naar binnen werken en als je lastiggevallen wordt, dan laat je gewoon het alarm afgaan. Grote kans dat je aanvaller vlucht of gepakt wordt.

Wil je de zeevonk zelf een keer zien. Dan moet je in de lente of zomer ’s nachts naar het strand. Bij een kalme zee en na een aantal warme dagen achter elkaar met heel weinig wind en een donkere, maanloze nacht. Maar geen garanties. Net als bij het noorderlicht, moet je een beetje geluk hebben.

Ik ben een tapijthaai

Hier lig ik heerlijk te wachten tot er iets lekkers voorbijkomt. Ik heb een hekel aan zwemmen overdag. `s Nachts ben ik wat actiever.

Hoi daar! Ik ben de gevlekte bakerhaai, maar word ook wel tapijthaai genoemd. Het grootste deel van de tijd lig ik lekker op de bodem van de zee, vandaar mijn naam. Ook heb ik allerlei sierlijke kringen en vlekken op mijn lichaam. Net als een mooi tapijt dus! Ik heb best wel een plat lichaam waardoor ik mij goed kan camoufleren. Mijn lichaam is olijfgroen van kleur en ik kan heel groot worden! Maar de meeste tapijthaaien zijn ongeveer 125 centimeter. Ik heb twee rugvinnen en mijn smalle bek zit in tegenstelling tot veel andere haaien, voor mijn ogen. Door mijn kleur en vlekken ben ik moeilijk te zien en dus goed gecamoufleerd.  Onder mijn kin heb ik zelfs allerlei aanhangsels (de mensen noemen die cirri) waardoor mijn camouflage nog beter wordt. De vissen die langs zwemmen herkennen mij dus niet als een roofdier!

Ik leef vooral in de Indische Oceaan in ondiep water tot maximaal 106 meter. Hoewel dat diep klinkt, zijn er haaien die nog veel dieper zwemmen. Beenvissen en inktvissen zijn mijn lievelingsmaaltjes. Toch ben ik niet zo actief met het jagen naar prooien. Meestal wacht ik tot ze voorbijzwemmen en dan overval ik ze! Soms hoeft dat geeneens, omdat ik zo onopvallend ben, zwemmen kreeftachtigen en vissen vaak gewoon langs mijn mond en hoef ik maar een hele kleine beweging te maken om ze te vangen en op te eten.. Daar heb ik dus geluk mee! Als ik dan wel jaag, doe ik dat meestal in de nacht. Dan ben ik namelijk lekker actief!

Hier zie je me meer van voren. Zie je de cirri onder mijn kin en zie je ook hoe klein mijn ogen eigenlijk zijn?

Nu kun je mijn cirri heel duidelijk zien.

Ik ben normaal gesproken ongevaarlijk voor mensen, maar ik kan soms wel boos worden en gaan bijten als er iemand op me gaat staan of als mensen te dichtbij komen. Er zijn een aantal meldingen gedaan waarin mensen gebeten werden door tapijthaaien maar er is nog nooit iemand overleden.

Mijn ogen zijn echt heel klein voor zo´n groot dier als ik.

We worden geboren zonder ei, maar in de buik van de moederhaai zit er aan het begin van de ontwikkeling nog wel een schil om ons heen. Deze gaat naar mate we groter worden weg en dan worden we als babyhaaien geboren! Dat is trouwens niet bij alle tapijthaaien zo. Sommige haaien leggen namelijk wel eieren! Een vrouwtjeshaai heeft meestal zo’n 6 tot 8 jongen. Ze zijn ongeveer 18 centimeter groot bij de geboorte. Wel kan dat per haai verschillen, want er zijn veel verschillende soorten tapijthaaien! Wist je bijvoorbeeld dat walvishaaien, zebrahaaien en verpleegsterhaaien ook bakerhaaien (tapijthaaien) zijn?

Tekst: Annika Verdam

Foto’s: Dos Winkel

Ik ben een Rode Rotskrab

Galapagoszeeleeuw in een getijdepoel met verschillende Rode rotskrabben op vulkanische zwarte lava.

Hey daar! Ik ben de Rode rotskrab. Mijn echte naam is de Grapsus grapsus. Maar dat is een wetenschappelijke naam. Omdat dit Latijn is, is het misschien een beetje moeilijk uit te spreken. Onze soort is een van de meest voorkomende krabsoorten van de westkust van Mexico, Centraal-Amerika en Zuid-Amerika zoals bij de Galapagoseilanden in de stille oceaan. Maar we leven ook op de Canarische eilanden en langs de westkust van Afrika!

We zien er net zo uit als de meeste krabben die je misschien wel eens bent tegengekomen. We hebben tien poten, waarvan de twee voorste poten kleiner en dikker zijn. Dit zijn onze klauwen. Ook wel scharen genoemd. Hiermee kunnen we onszelf verdedigen!
De andere poten zijn groot en plat, waarvan alleen de toppen de grond raken. We lopen dus op onze tenen! Ons rugschild is iets groter dan acht centimeter. Jonge Rode rotskrabben zijn zwart of donkerbruin gekleurd en zijn op deze manier goed gecamoufleerd op de vulkanische eilanden. De kusten van deze eilanden zijn namelijk bedekt met zwart zand door lava. Hierdoor kunnen vijanden ons niet goed zien. Volwassen krabben kunnen verschillende kleuren hebben. Sommige zijn bruin-rood en anderen zijn meer roze of geel van kleur. Maar de kleuren rood en oranje zijn vooral aanwezig. Vandaar onze naam: de Rode rotskrab. Mannetjes hebben een dunne buik, maar zijn wel groter dan vrouwtjes, die een brede buik hebben waarin ze hun eieren dragen.

Twee vechtende Rode rotskrabmannetjes.

Ik leef tussen de rotsen en stenen van de kusten. Mijn dieet bestaat vooral uit algen en andere planten of dode dieren. Mijn klauwen gebruik ik om af en toe dieren met een schelp, zoals slakken en mosselen te eten. Ik ben een lenige krab met een ontzettend snel reactievermogen. Ook kan ik goed springen. Hierdoor ben ik moeilijk te pakken. Ik word niet vaak door mensen gegeten maar word wel gebruikt als aas door vissers. Hierdoor vangen ze namelijk mijn grootste vijand: de Goudgeaderde murene. Dit is een vis die graag op mij jaagt. Wist je trouwens dat onze soort voor het eerst werd verzameld door Charles Darwin? Dit was een natuurwetenschapper die vooral bekend is geworden door zijn evolutietheorie.

 

tekst: Annika Verdam Foto’s: Dos Winkel

STOP met het maken van SOEP!

Vanaf 3 juli 2021 (en nog veel beter als we nu al beginnen) gaan we er met zijn allen voor zorgen dat er minder soep is!
En nee niet zomaar een soep, maar PLASTIC soep! Namelijk in de oceaan. Want al het plastic dat in de oceaan komt verdwijnt niet zomaar, het wordt alleen maar kleiner!

Vanaf 3 juli 2021 komt er in de hele EU een verbod op plastic wegwerpartikelen zoals rietjes, bestek en borden, maar bijvoorbeeld ook boterhamzakjes en wattenstaafjes.
Allemaal producten die het meest in het milieu terechtkomen!

 

 

Maar nog lang niet op alles wat van plastic is, of schadelijk is voor het milieu komt een verbod, bijvoorbeeld kleine plastic flesjes. Daar zou ook geen verbod op hoeven te komen maar wel statiegeld. Zoals bij de grote flessen!

Zodat als je je flesje leeg hebt, dit terug kan brengen naar de supermarkt en je daarvoor weer geld krijgt.
Maar het is natuurlijk beter om deze helemaal niet te kopen maar een bidon mee te nemen.

En helemaal van deze tijd zijn de mondkapjes, maar daarvoor kun je beter even naar dit artikel gaan.

 

Ik hoor je al denken, als dat allemaal verboden wordt wat moeten we dan daarvoor in de plaats gebruiken? 

We geven je hier alvast een paar ideetjes:

Plastic rietjes!

Alleen al in Europa gebruiken we meer dan 36,4 miljard plastic rietjes per jaar.
Gelukkig worden deze vanaf juli 2021 ook verboden. Maar maak je geen zorgen, er zijn al zoveel andere soorten rietjes uitgevonden die veel beter zijn voor het milieu! Je hebt rietjes van bamboe, riet of van roestvrijstaal. Kijk maar eens in onze webshop, daar hebben wij een superleuk setje te koop met een superhandig opbergzakje met walvissen erop!

 

 

Weg met plastic waterflesjes!

Plastic(water)flesjes kunnen echt niet meer!! Er zit ook geen statiegeld op kleine flesjes dus belanden ze ook nog vaak op straat.
Water tap je zelf het best in je eigen waterfles. Zo’n mooie van Tulper bijvoorbeeld.
En natuurlijk hoeft het helemaal geen water te zijn, je kunt alles wat jij lekker vindt erin doen!

 

 

 

Wattenstaafjes

Misschien denk je er niet over na, maar het stokje van het wattenstaafje dat jij gebruikt is gemaakt van plastic. Gelukkig zijn er wattenstaafjes van bamboe die net zo goed zijn voor jou maar zo veel beter voor het milieu!

 

De plastic tas

De plastic tas is gelukkig al heel wat langer “verboden” in ons land, maar toch zijn er helaas nog veel te veel in de omloop.
Deze tassen belanden ook nog veel te vaak in de oceaan en schildpadden zien ze dan aan voor kwallen die ze normaal gezien op het menu hebben staan. Je kunt je wel voorstellen dat als een schildpad deze tas opeet hij heel veel problemen krijgt in zijn maag en zelfs dood kan gaan.
Daarom kun je beter een katoenen tas meenemen. Er zijn zoveel superleuke tassen! Kijk bijvoorbeeld eens naar onze leuke turquoise Sea First tas in de webshop!

De broodtrommel!

Altijd een verrassing wat je moeder erin gedaan heeft om mee naar school te nemen! Hier kom je toch liever mee naar school dan met die doorzichtige boterhamzakjes waardoor iedereen kan zien wat je meegenomen hebt, of misschien is je boterham al helemaal plat geworden door al je boeken in je tas!
Kleine doorzichtige boterhamzakjes vinden we heel vaak terug in het milieu. Kijk maar eens naar het filmpje: De reis van het plastic zakje
Boterhamzakjes zijn vanaf 2021 ook verboden dus ga alvast op zoek naar de leukste broodtrommel!

STOP met het maken van SOEP!

Vanaf 3 juli 2021 (en nog veel beter als we nu al beginnen) gaan we met zijn allen ervoor zorgen dat er minder soep is!

En nee niet zomaar een soep, maar Plastic soep! In de oceaan namelijk. Want al het plastic dat in de oceaan komt verdwijnt niet zomaar, het wordt alleen maar kleiner! 

 

Vanaf 3 juli 2021 komt er in de hele EU een verbod op plastic wegwerpartikelen zoals rietjes, bestek en borden, maar ook boterhamzakjes en wattenstaafjes bijvoorbeeld. 

Allemaal producten die het meest in het milieu terechtkomen! 

 

Maar nog lang niet op alles wat van plastic is of schadelijk is voor het milieu komt een verbod, bijvoorbeeld kleine plastic flesjes. Daar zou ook geen verbod op hoeven te komen maar wel statiegeld. Zoals bij de grote flessen. 

Zodat als je je flesje leeg hebt deze terug kan brengen naar de supermarkt en je daarvoor weer geld krijgt. 

Dus is het beter om deze helemaal niet te kopen. 

 

En helemaal van deze tijd zijn de mondkapjes, maar daarvoor kun je beter even naar dit artikel gaan. 

 

Ik hoor je al denken, als dat allemaal verboden wordt wat moeten we dan daarvoor in de plaats gebruiken? 

 

We geven je hier alvast een paar ideetjes: 

 

Plastic rietjes!

Alleen al in Europa gebruiken we meer dan 36,4 miljard plastic rietjes per jaar.

Gelukkig worden deze vanaf juli 2021 ook verboden. Maar maak je geen zorgen, er zijn al zoveel andere soorten rietjes uitgevonden die veel beter zijn voor het milieu! Je hebt rietjes van bamboe, riet, siliconen of van roestvrijstaal. Kijk maar eens in onze webshop, daar hebben wij een super leuk setje te koop met een super handig opberg zakje met walvissen erop! 

 

 

Weg met Plastic waterflesjes!

Plastic(water)flesjes kunnen echt niet meer!! Er zit ook geen statiegeld op kleine flesjes dus belanden ze ook nog vaak op straat. 

Water tap je zelf het best in je eigen waterfles. Zo’n mooie van Tulper , bijvoorbeeld.

En natuurlijk hoeft het helemaal geen water te zijn, je kunt alles wat jij lekker vindt erin doen! 

 

 

 

Wattenstaafjes

Misschien denk je er niet over na, maar het stokje van het wattenstaafje dat jij gebruikt is gemaakt van plastic. Gelukkig zijn er wattenstaafjes van bamboe die net zo goed zijn voor jou maar zo veel beter voor het milieu! 

 

 

 

 

De plastic tas

De plastic tas is gelukkig al heel wat langer “verboden” in ons land, maar toch zijn er helaas nog veel te veel in de omloop. 

Deze tassen belanden ook nog veel te vaak in de oceaan en schildpadden zien ze dan aan voor kwallen die ze normaal gezien op het menu hebben staan. Je kunt je wel voorstellen dat als een schildpad deze tas opeet hij heel veel problemen krijgt in zijn maag en zelfs dood kan gaan. 

Daarom kun je beter een katoenen tas meenemen. Er zijn zoveel super leuke tassen! Kijk bijvoorbeeld eens naar onze leuke turquoise Sea First tas in de webshop! 

 

De broodtrommel!

Altijd een verrassing wat je moeder erin gedaan heeft voor school! Hier kom je toch liever mee naar school dan met die doorzichtige boterhamzakjes waar iedereen kan zien wat je meegenomen hebt of misschien is je boterham al helemaal plat geworden door al je boeken in je tas! 

Kleine doorzichtige boterhamzakjes vinden we heel vaak terug in het milieu. Kijk maar eens naar het filmpje: De reis van het plastic zakje

Boterhamzakjes zijn vanaf 2021 ook verboden dus ga alvast op zoek naar de leukste broodtrommel! 

 

ik ben een hagedisvis

Hey! Als je naar mijn hoofd kijkt, zie je misschien dat ik wel een beetje op een hagedis lijk! Daarom noemen ze mij de hagedisvis. Ik leef in modderige en zanderige gebieden. Dit vind ik prettig, omdat ik me dan makkelijk kan begraven in de bodem, zodat een prooi me niet ziet als ik hem in de gaten houd. Ook kan ik me op die manier verstoppen voor roofdieren, zoals de Koraalduivel. We leven meestal in ondiepe wateren (maximaal 400 meter diep) dichtbij de kust. Ik kom voor in tropische en subtropische gebieden over de hele wereld.

Ik heb een slank, langwerpig lichaam en op mijn kop zitten schubben. Ik kan maximaal 60 centimeter lang worden. Wij, hagedisvissen, zijn er in allerlei verschillende kleuren: rood, blauw, grijs, groen en nog veel meer. Door mijn gevlekte uiterlijk, kan ik goed opgaan in mijn omgeving. Dit heet camoufleren. Hierdoor kunnen vijanden mij niet gemakkelijk vinden.

 

 

 

Iets wat heel bijzonder aan mij is, zijn mijn tanden. Het zijn er niet alleen veel, ze zijn ook nog eens heel scherp. Zelfs op mijn tong zitten kleine tandjes! Gaaf hè? Ik ben niet gevaarlijk voor snorkelaars of duikers. Hoewel mensen soms schrikken van mijn tandjes, zal ik ze niets aandoen. Ik blijf meestal heel stil zitten, zodat de mensen mij niet zien. Maar als ik toch merk dat ze te dichtbij komen, schiet ik snel weg, zodat ik me op een andere plek onzichtbaar kan proberen te maken door mezelf bijvoorbeeld in te graven.
Op mijn menu staan voornamelijk vissen en kleine weekdieren, zoals garnalen en krabben. Ik wacht op mijn prooi terwijl ik voor een deel begraven ben in het zand. Op die manier ziet mijn prooi me niet. Als ze wat dichterbij zijn gekomen, sla ik toe. Meestal verslind ik mijn prooien in hun geheel. Er is niet heel veel bekend over onze paargewoonten. Maar meestal worden we in paren aangetroffen. In het voorjaar worden we vaak in groepen gezien. Als het vrouwtje eitjes heeft gelegd, kijkt ze er niet meer naar om. De kleintjes moeten het dus zelf zien te redden!

 

 

 

tekst: Annika Verdam Foto’s: Dos Winkel

 

Ik ben een krokodilvis

Vind je niet dat mijn platte kop heel erg op een krokodil lijkt? Ik ben natuurlijk geen krokodil, maar een echte vis. Daarom noemen ze mij een krokodilvis, maar dat had je waarschijnlijk al geraden! Wij zijn familie van de schorpioenvissen (zie november 2019). Ze zeggen dat ik net zoveel geduld heb als een reiger, want ik kan heel lang en stil wachten op mijn prooi. Ik bedek me dan een beetje met zand, of ik verstop me onder een stuk koraal. Door mijn kleuren ben ik goed gecamoufleerd, je ziet me dan bijna niet en zo lijk ik op mijn omgeving. Het liefst eet ik kleine visjes (maximaal 20 cm), of schaaldieren zoals garnalen, krabben en kreeftjes.

Wij krokodilvissen hebben twee rugvinnen en stekels op ons hoofd. En wij kunnen wel 80 cm tot een meter lang worden.

Ik ben veel liever dan de rest van mijn familie Ik zal je nooit pijn doen zoals mijn neef de schorpioenvis! En ik ben al helemaal niet zo gemeen als een echte krokodil!

Ik zie wel eens duikers vlak naast mij, maar toch zien ze mij niet, omdat ik bijna onzichtbaar ben!  Ik woon in de Rode Zee, maar een gedeelte van mijn familie  is door het Suezkanaal gezwommen en woont nu in de Middellandse zee. Wij worden  de “gewone krokodilvis”  genoemd, maar in het Latijn  heet ik  sjieker  namelijk Papilloculiceps longiceps. Probeer dat maar eens uit te spreken ? Moeilijk hè. Andere soorten  krokodilvissen, verre familie dus,  zitten in andere zeeën over de hele wereld.

 

tekst: Bertie Winkel Foto’s: Dos Winkel