Ik ben een Walvishaai

Hallo, ik ben een Walvishaai (wetenschappelijke naam = Rhincodon typas)

Omdat ik zo enorm groot ben – ik kan wel 18 meter lang worden – denken veel mensen aan, angst, hongerig, grote tanden, met een bloeddorstige blik. Maar wees niet bang, want ook al ben ik toch echt een haai, ik doe geen vlieg kwaad (haha), mijn voedsel haal ik voornamelijk uit fyto-& zoöplankton (dierlijk en plantaardig plankton) en daarnaast eet ik kleine vissen, die ik in een grote hap, naar binnen slok. Ook inktvis staat bij mij op het menu.

Foto van youtube.

Mijn familie en ik leven op veel plekken in de oceaan, vooral waar veel plankton voorkomt. Deze gebieden zijn vooral de Atlantische Oceaan en het Caraibisch gebied, de Zuid-Afrikaanse Kaap, de Indische Oceaan, het westen van Oceanië en de Stille Oceaan en langs de oostkust, van Azië. Met mijn 18 meter en gewicht tot 15.000 kilo ben ik de grootste vis die er bestaat. Ik kan zelfs ouder dan 100 jaar worden.

Als je zo groot wordt, als ik, heb je ook weinig vijanden en veel vrienden. Vrienden zwemmen vaak rond mijn lichaam, omdat zij ook profiteren, van mijn voedingsbron.

Wij leven samen en dat noem je “symbiose”.

Ook al heb ik veel vrienden en weinig vijanden, ben ik toch een bedreigde diersoort. Dat wil zeggen, dat er van mijn soort, nog maar weinig rondzwemmen.

Dit is voornamelijk te danken aan de mens (mijn grootste vijand), die nog vaak op mij jaagt, om mijn vlees en mijn vinnen. De mens vangt ook veel te veel vis, waardoor ik langer moet zoeken naar voedsel.

Soms komen soortgenoten vast te zitten in vissersnetten, waar ze niet meer uit kunnen komen.

Maar ik heb toch ook mensen als vrienden, die mij graag komen bezoeken, omdat ze mij zo mooi en groot vinden. Ik ben niet voor niets, de grootste vis op aarde. Groter dan een stadsbus.

De mensen komen naar mij met bootjes en gaan met mij zwemmen, dat proberen ze tenminste, want ik ben behoorlijk snel. Ik vind het allemaal wel best, want ik heb het behoorlijk druk, met eten en het zeven van mijn voedsel. Als je naar mij op zoek bent, kun je mij herkennen, aan mijn donkere en met witte, gespikkelde stippen en strepen op mijn huid.

Foto (foto Sien Boschma)

Ik heb een grote bek aan de voorkant van mijn kop en ik heb 300 rijen kleine tanden, in totaal 3000.

Voor de rest heb ik dus het lichaam van een grote haai.

De voortplanting bij ons walvishaaien gaat als volgt: de vrouwtjes dragen eitjes in hun buik en die komen uit in de buik, waarna ze als baby walvishaaitjes het lichaam van de moeder verlaten.

Dit gaat bij de meeste haaiensoorten anders, want die leggen hun eieren tussen zeewier en beschermd tussen stenen, zodat ze na enige tijd uit kunnen komen. Bij de walvishaai werkt dat dus anders, wij zijn – zoals dat zo mooi heet – levendbarend.

Zoals gewoonlijk bij haaien, zorgen we niet voor onze jongen en deze moeten dan ook, meteen voor zichzelf zorgen. De baby´s zijn zo’n 40 cm lang en een moeder walvishaai kan zo’n 300 jongen baren.

Nu weten jullie wat meer over mij.

Misschien kom ik je een keer tegen. ☺