Ik ben een schorpioenvis

Wij schorpioenvissen zijn een familie van overwegend zeevissen en we hebben giftige stekels op onze rugvinnen. Een paar soorten van onze familie komen ook in rivieren en meren voor.

We hebben een groot hoofd met een grote mond. Onze tekening is gevlekt en kleurig. Onze rugvin heeft 11 tot 17 stekels met aan het uiteinde daarvan een sterk gif. Een steek van onze giftige stekels is pijnlijk, en kan bij sommige soorten gevaarlijk zijn voor de mens. De uiteinden van de buik- en aarsvinnen hebben ook gifklieren.

Meestal liggen we op de bodem en zijn we heel goed gecamoufleerd. Dat is nodig, want we zijn geen goede zwemmers. We kunnen dus niet achter visjes aanzitten, want andere vissen zijn veel sneller dan wij. We kunnen wel heel snel een visje vangen dat voorbij zwemt en ons niet ziet.

We komen veel voor in subtropische en tropische zeeën, maar vooral in de Indische en Stille Oceaan. Onze familie bestaat uit honderden soorten.

Als je in de zee zwemt of speelt, kun je het best altijd waterschoenen dragen en op de bodem niets aanraken, ook al ziet het er nog zo mooi uit.

 

 

Zie je hoe verschillend onze kleuren zijn? Er zijn heel veel soorten schorpioenvissen.

 

Ik ben een koraalduivel, of zeeduivel. Ik ben misschien wel het mooiste lid van de familie van schorpioenvissen. Er zijn plaatsen in de wereld waar mensen mij uit een aquarium in zee hebben gegooid, zoals in de Caribische Zee. Daar eet ik alle jonge en kleine visjes op en gaan de mensen dus op mij jagen omdat ik daar niet thuis hoor. De fout ligt natuurlijk bij de mensen die ons daar in zee gegooid hebben…!